11 oktober 2026

De cloud kan worden gebombardeerd

We zijn gewend geraakt aan het idee dat onze data veilig is omdat die in de cloud staat. Geen servers meer onder het bureau. Geen tapes in een kluis. Geen datacenter op het eigen bedrijfsterrein. Onze data staat bij Amazon, Microsoft, Google of een andere grote cloudprovider. Die beschikken over duizenden servers, meerdere datacenters en uitgebreide backup- en replicatiesystemen.

De cloud kan worden gebombardeerd image

Veiliger kan bijna niet, zo lijkt het. Totdat er een raket of drone op een datacenter valt.

Dat is precies wat in 2026 in het Midden-Oosten gebeurde. Iraanse aanvallen beschadigden datacenters van Amazon Web Services in Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten. Maanden later kwam de harde conclusie: AWS kon bepaalde data en resources die uitsluitend in de getroffen regio stonden niet meer herstellen. De schade had meerdere Availability Zones geraakt en was groter dan de regionale redundantie waarvoor AWS was ontworpen.

Dat is een ongemakkelijke constatering. De cloud is niet immaterieel. De cloud is een verzameling fysieke gebouwen. En die gebouwen staan ergens.

Redundantie is geen onkwetsbaarheid

De cloud heeft ons een belangrijke verbetering gebracht. Een defecte server hoeft niet langer een probleem te zijn. Als één machine uitvalt, neemt een andere het over. Als één datacenter problemen heeft, kan een tweede datacenter de belasting overnemen. Maar daarmee ontstaat een subtiel verschil tussen redundantie en weerbaarheid.

Drie kopieën van je data in drie datacenters zijn een uitstekende bescherming tegen een kapotte server. Maar wat gebeurt er wanneer een oorlog, aardbeving, overstroming of grootschalige stroomstoring meerdere datacenters in dezelfde regio raakt? Dan blijkt geografische spreiding minstens zo belangrijk als technische redundantie.

De AWS-gebeurtenis maakt dat pijnlijk zichtbaar. De provider zelf stelde vast dat de fysieke schade meerdere Availability Zones had getroffen en de grenzen van de regionale architectuur had overschreden. De vraag die iedere organisatie zich daarom zou moeten stellen is niet: “Staat mijn data in de cloud?”. Maar: “Waar staat mijn tweede kopie als de hele regio verdwijnt?”

Oekraïne laat hetzelfde zien

De oorlog in Oekraïne maakt die vraag nog concreter. Daar zijn inmiddels ook datacenters en telecominfrastructuur fysiek getroffen. Recente aanvallen hebben opnieuw datacenters in Kyiv en andere infrastructuur beschadigd. Maar juist daar wordt het verschil tussen backup en continuïteit zichtbaar. Een datacenter kan verdwijnen zonder dat daarmee noodzakelijkerwijs de data verdwijnt. Als gegevens elders zijn gerepliceerd en diensten vanuit een andere locatie kunnen worden voortgezet, is het fysieke verlies van een datacenter niet hetzelfde als het digitale einde van een organisatie.

Dat is een belangrijk onderscheid. Een backup beschermt je data. Een uitwijk beschermt je organisatie. En daarmee komen we bij een land dat al veel eerder over deze vraag heeft nagedacht.

Estland: de digitale staat moet kunnen vluchten

Ik schreef eerder over wat we kunnen leren van e-Estonia. Estland is een van de meest verregaand gedigitaliseerde landen ter wereld. Identiteit, belastingen, bedrijfsregistratie, grondregistratie, rechtspraak en talloze andere overheidsdiensten zijn digitaal georganiseerd. Maar Estland heeft een bijzonder probleem. Het is een klein land, direct aan de Russische grens. Daarom stelde het zich niet alleen de vraag hoe een digitale overheid efficiënt kan functioneren, maar ook:

Wat gebeurt er met de digitale staat als de fysieke staat wordt aangevallen?

Het antwoord zijn de Estse Data Embassies. In o.a. Luxemburg staat in hun ambassade een beveiligd datacenter waarin strategisch belangrijke Estse datasets worden opgeslagen. De Data Embassy is daarmee niet alleen een backup. De infrastructuur is ontworpen om in een crisissituatie ook kritieke digitale overheidsdiensten te kunnen ondersteunen. Estland noemt het expliciet een middel om de “digital continuity” van de staat te garanderen.

Het bijzondere is dat deze digitale ambassade juridisch onder Estse controle staat, hoewel de servers fysiek buiten Estland staan. Estland heeft daarmee een interessante gedachte geïntroduceerd: De digitale staat hoeft niet op hetzelfde grondgebied te staan als de fysieke staat. Dat is een veel diepere gedachte dan een traditionele backup. Het is digitale uitwijk.

Van uitwijk naar decentralisatie

Maar ook de Data Embassy heeft nog een centraal uitgangspunt. Er is een primaire infrastructuur. Er is een externe locatie. En daar zit een interessante volgende stap. Wat als we niet één primaire plek en één uitwijkplek hebben? Wat als de digitale infrastructuur zelf uit een netwerk van vele onafhankelijke plaatsen bestaat? Daar begint het Web3-verhaal.

In mijn eerdere blogs over Web3 heb ik beschreven hoe het internet zich langzaam ontwikkelt van centrale platforms naar meer gedistribueerde architecturen. Niet alles hoeft meer bij één centrale provider, in één database of op één server te staan. Data kan worden verdeeld over verschillende nodes. Identiteit kan loskomen van één platform. Transacties kunnen worden vastgelegd in een gedistribueerd netwerk. Blockchain kan de integriteit en herkomst van gegevens aantoonbaar maken, terwijl gedistribueerde opslag grote hoeveelheden data over verschillende locaties kan verspreiden.

Web3 is daarmee niet simpelweg een nieuwe versie van de cloud. Het is een andere manier om naar digitale infrastructuur te kijken. De cloud zegt: Ik zorg dat mijn centrale infrastructuur zeer betrouwbaar is. Web3 zegt: Misschien moeten we minder afhankelijk zijn van centrale infrastructuur. Dat is een fundamenteel verschil.

De volgende afhankelijkheid: de verbinding

Maar daarmee zijn we er nog niet. Want stel dat data over duizenden nodes verspreid staat. Dan moeten die nodes elkaar nog steeds kunnen bereiken. Ook het netwerk zelf kan immers kwetsbaar zijn. Een glasvezelkabel kan worden doorgesneden. Een telecomnetwerk kan uitvallen. Een regio kan zonder elektriciteit komen te zitten. Een oorlog kan fysieke communicatie-infrastructuur beschadigen. Daarom hoort bij de ontwikkeling van Web3 nog een andere revolutie: de decentralisatie van connectiviteit. Daar komt Starlink in beeld.

Satellietcommunicatie maakt het mogelijk om verbindingen te leggen zonder volledig afhankelijk te zijn van de lokale glasvezel- en telecominfrastructuur. Oekraïne gebruikt satellietcommunicatie inmiddels nadrukkelijk als aanvulling op zijn terrestrische netwerken. Kyivstar heeft bijvoorbeeld samen met Starlink satellietconnectiviteit uitgebreid naar miljoenen gebruikers. Ook in 2026 wordt in Oekraïne gewerkt aan satellietcommunicatie die mobiele diensten kan ondersteunen wanneer terrestrische dekking ontbreekt.

Dat is een belangrijke ontwikkeling. Want uiteindelijk heb je voor een werkelijk robuuste digitale infrastructuur vier vormen van onafhankelijkheid nodig:

  • gedistribueerde data
  • gedistribueerde verwerking
  • gedistribueerde identiteit
  • en gedistribueerde connectiviteit

Van cloud naar netwerk

Als je de ontwikkeling van de afgelopen decennia terugkijkt, zie je eigenlijk een opmerkelijke beweging. Eerst hadden we: één server. Daarna: één datacenter. Daarna: meerdere datacenters. Daarna: cloudregio’s met Availability Zones. Estland voegde daar een geografische uitwijk aan toe: een digitale staat buiten de eigen landsgrenzen. Web3 gaat vervolgens een stap verder: een netwerk van gedistribueerde nodes.

En satellietnetwerken voegen daar een nieuwe laag aan toe: connectiviteit die niet volledig afhankelijk is van de fysieke infrastructuur op de grond. De richting is daarmee opvallend duidelijk. Niet steeds grotere centrale systemen, maar steeds meer spreiding. Niet één plek die alles moet kunnen overleven, maar een netwerk waarin het verdwijnen van één plek niet langer het verdwijnen van het geheel betekent.

Misschien is de cloud dus niet het eindstation

De gebeurtenissen in het Midden-Oosten zijn daarom meer dan een waarschuwing voor IT-managers. Ze laten zien dat we een belangrijk onderscheid moeten maken tussen beschikbaarheid en continuïteit. Een cloudprovider kan buitengewoon betrouwbaar zijn en toch niet bestand tegen een gebeurtenis waarvoor het ontwerp nooit bedoeld was. Een backup kan bestaan en toch onvoldoende zijn.

Een tweede datacenter kan beschikbaar zijn en toch te dicht bij het eerste staan. Of dezelfde energie centrale gebruiken. Een gedistribueerd netwerk kan bestaan en toch afhankelijk zijn van één fysieke verbinding. De echte vraag is daarom steeds: Waar zit mijn single point of failure?

Misschien is dat wel de ontwikkeling die we de komende jaren gaan zien. De cloud was een enorme stap vooruit omdat we onze data niet langer zelf hoefden te beheren. De volgende stap kan zijn dat we ook minder afhankelijk worden van de fysieke en organisatorische plek waar die cloud zich bevindt. Estland laat zien hoe een digitale staat buiten zijn eigen grenzen kan voortbestaan.

Web3 laat zien hoe data, identiteit en transacties over een gedistribueerd netwerk kunnen worden georganiseerd. Starlink laat zien hoe ook connectiviteit zich steeds meer van de fysieke infrastructuur op de grond kan losmaken. Een raket kan een datacenter vernietigen. Een oorlog kan een regio uitschakelen. Een kabel kan worden doorgesneden.

Maar misschien hoeft daarmee niet ook onze digitale wereld te verdwijnen. De cloud heeft ons geleerd om server-onafhankelijk te denken. Estland leert ons geografisch onafhankelijk te denken. Web3 leert ons centraal-onafhankelijk te denken. En satellietnetwerken leren ons uiteindelijk misschien zelfs netwerk-onafhankelijk te denken.

De cloud was nooit het eindstation. De toekomst is misschien geen wolk, maar een netwerk van wolken — verspreid over de wereld en verbonden door een infrastructuur die zelf steeds minder afhankelijk is van één fysieke plaats.

Door: Hans Timmerman (foto)

Deltics BW + BN EY AI Week 2026 BW + BN
Deltics BW + BN

Wil jij dagelijkse updates?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!