Rijk scherpt soevereiniteitseisen inlogmiddelen aan
Het Stelsel Toegang, de technische infrastructuur die de invoering van de Wet digitale overheid (Wdo) mogelijk moet maken, is begin volgend jaar technisch beschikbaar en zal in totaal circa 55,6 miljoen euro hebben gekost. Dat schrijven staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) en staatssecretaris Eric van der Burg (Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid) in een antwoordbrief aan de Eerste Kamer.
De antwoorden volgen op schriftelijke vragen van de PVV-fractie in de Senaat naar aanleiding van de evaluatie van de Wet digitale overheid. De PVV uitte onder meer zorgen over de trage voortgang van het stelsel, mogelijke afhankelijkheid van buitenlandse marktpartijen en de vrijwilligheid van een toekomstig Europees digitaal paspoort (EDI-wallet).
Kosten en oplevering van het Stelsel Toegang
Het Stelsel Toegang vormt de centrale spil onder de Wdo en moet het voor burgers en bedrijven mogelijk maken om met private en publieke inlogmiddelen veilig in te loggen bij overheidsdiensten. Volgens het kabinet is de ontwikkeling van het huidige stelsel gestart na het definitief aannemen van de Wdo in medio 2023.
Tot en met eind 2025 is er 37,6 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de realisatie. Voor 2026 staat een prognose van 11 miljoen euro op de agenda, gevolgd door een verwachte 7 miljoen euro in 2027. Daarmee komt de totale investering uit op 55,6 miljoen euro.
Volgens staatssecretarissen Aerdts en Van der Burg komt de technische basis volgend jaar beschikbaar. Publieke dienstverleners kunnen vanaf volgend jaar starten met aansluiten. Binnen deze eerste fase worden ook de functionaliteiten voor wettelijke vertegenwoordiging en de erkenning van private inlogmiddelen geactiveerd.
Overnames door buitenlandse partijen en digitale autonomie
De PVV-fractie vroeg specifiek of de verkoop van IT-dienstverleners (zoals de overname van de Nederlandse cloud- en hostingprovider Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl) leidt tot vertragingen of risico's voor de nationale veiligheid.
Het kabinet benadrukt dat het Stelsel Toegang een dynamische doorontwikkeling kent en dat de verkoop van ketenpartners aan buitenlandse partijen geen rechtstreekse vertraging oplevert. Wel onderzoekt het Rijk of er, aanvullend op de huidige Wdo-eisen, extra soevereiniteitseisen aan inlogmiddelen moeten worden gesteld.
Voor het waarborgen van de veiligheid wijst het kabinet op bestaande instrumenten:
De ABRO-eisen (nieuwe beveiligingseisen voor overheidsopdrachten met nationale veiligheidsrisico's).
De Rijksbrede IT-sourcingstrategie en het herziene Rijkscloudbeleid.
De Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vto), waarmee risico's op het gebied van ongewenste strategische afhankelijkheden en continuïteit van vitale processen worden getoetst.
Op de PVV-vraag waarom landen als de VS anders worden gewogen dan Europese partners, antwoordt het kabinet dat het Nederlandse economische veiligheidsbeleid strikt landenneutraal en risicogebaseerd is, conform internationale non-discriminatiebeginselen.
DigiD Machtigen en DigiD Hoog
De evaluatie van de Wdo liet zien dat de Wdo in de praktijk nog beperkt wordt uitgevoerd. Dat heeft er volgens de staatssecretarissen deels mee te maken dat de verplichte acceptatie van middelen pas ingaat als het stelsel live is.
Ten aanzien van digitaal machtigen (bijvoorbeeld voor ouderlijk gezag of bewindvoering) meldt het kabinet dat DigiD Machtigen momenteel wordt vernieuwd. Het doel is om het betrouwbaarheidsniveau te verhogen naar 'substantieel' of 'hoog' zonder dat de gebruiksvriendelijkheid in het geding komt. Het kabinet streeft ernaar begin 2027 een passende technische oplossing te hebben vastgesteld.
Voor inloggen op het hoogste betrouwbaarheidsniveau (DigiD Hoog) wordt nu gebruikgemaakt van een speciale 'applet' op identiteitskaarten (uitgegeven na 1 juli 2021) en rijbewijzen (uitgegeven na 26 april 2018). Er wordt op dit moment onderzocht hoe DigiD Hoog op een toegankelijkere manier kan worden aangeboden, zonder afhankelijk te zijn van deze fysieke kaart-applet.
Europese EDI-wallet blijft strikt vrijwillig
Tot slot geven staatssecretarissen Aerdts en Van der Burg de door de PVV gevraagde garantie dat het gebruik van een Europese Digitale Identiteitswallet (EDI-wallet) nooit verplicht zal worden voor burgers.
De Europese eIDAS-verordening schrijft voor dat het gebruik van een digitale wallet volledig vrijwillig is. Overheidsinstanties die de wallet accepteren, blijven wettelijk verplicht om alternatieve inlogmethoden (zoals het reguliere DigiD) aan te bieden. Toegang tot de publieke dienstverlening mag voor burgers die geen wallet willen of kunnen gebruiken op geen enkele wijze worden beperkt.