Met DataCore van los-verkrijgbare opslagsoftware naar één platform met agentic AI
Tijdens de 69e editie van de IT Press Tour, begin september in Ljubljana (Slovenië), schetste Said Boukhizou, VP of Products bij DataCore, hoe het bedrijf zich ontwikkelt van een verzameling gespecialiseerde opslagoplossingen naar één samenhangend platform dat straks grotendeels door AI-agents wordt bediend. De rode draad in zijn verhaal: "vrijheid om te kiezen, intelligentie om te opereren."
De drie nachtmerries van de storage-manager
Said opende met de problemen die hij dagelijks van klanten hoort. Bovenaan staat de onrust na de overname van VMware door Broadcom, die veel organisaties dwingt hun virtualisatiestrategie te heroverwegen. Daarnaast is er de aanhoudende hardwareschaarste in de markt: levertijden van meer dan twintig weken en offertes die soms al na twee weken verlopen zijn, wat voor publieke instellingen met lange inkooptrajecten een reëel probleem vormt. Ten derde noemt hij cyberweerbaarheid, gevoed door een explosieve datagroei die volgens hem mede wordt aangejaagd door AI-workloads die enorme hoeveelheden opslag vereisen voor training en inferentie.
Vrijheid als uitgangspunt
DataCore's antwoord op die onzekerheid is een architectuur die uitdrukkelijk geen vendor-lock-in kent. Klanten kunnen hardware van willekeurige merken mixen en matchen, ook oudere of gereviseerde servers, en overstappen tussen hypervisors zoals VMware ESXi, Hyper-V, Proxmox, XCP-ng en Xen zonder hun opslagstrategie opnieuw te hoeven ontwerpen. Data wordt bovendien niet ingekapseld in een propriëtair formaat: DataCore werkt met standaardprotocollen zoals SCSI en object storage, zodat klanten hun data altijd kunnen benaderen, ook als ze het platform zouden verlaten.
Zes overnames, één platformvisie
Tussen 2021 en 2025 deed DataCore zes overnames om specifieke technologiegebieden te versterken: Caringo (object storage), MayaData (Kubernetes), Object Matrix (media-archivering), en in 2025 Pixitmedia (orkestratie), Arcastream (AI/HPC file) en StarWind (edge HCI). Volgens Said was dit bewust geen strategie om één allesomvattende oplossing te bouwen, maar om voor elk gebruiksscenario een specialist in huis te halen. De afgelopen periode stond in het teken van integratie: engineering, support, go-to-market en operationele processen zijn samengevoegd, zodat klanten nu één ervaring hebben ongeacht welk DataCore-product ze gebruiken.
De volgende fase, "unify", moet dat portfolio laten samensmelten tot één data-infrastructuurplatform over block, file, object, containers en HCI heen, met een gedeelde identiteit, telemetrie, policy en automatisering.
Agentic AI Storage Operations
Het meest opvallende onderdeel van de presentatie betrof de aangekondigde stap naar wat DataCore "agentic AI-storage operations" noemt, die tijdens de aankomende partnerconferentie eind september verder wordt onthuld. Het idee: agents die de volledige infrastructuur observeren, telemetrie en topologie correleren, risico's en afhankelijkheden herkennen en vervolgens de veiligste en meest waardevolle actie aanbevelen. Pas na goedkeuring voert de agent die actie ook daadwerkelijk uit.
Said benadrukte dat mens en beleid het controleplatform blijven vormen: er is een read-only observatiemodus, een modus waarin de agent zelf wijzigingen mag doorvoeren en een geavanceerde modus die voorbehouden is aan DataCore-support voor risicovollere ingrepen. Guardrails als auditability, uitlegbaarheid en de mogelijkheid tot rollback zijn daarbij essentieel. Klanten kunnen straks bovendien hun eigen taalmodel (LLM) koppelen, of dat nu OpenAI, Anthropic, Mistral of een lokaal draaiend model is. Daarnaast is er een door DataCore getraind basismodel dat de eigen producten kent.
Praktische toepassingen die Said noemde: capaciteitsplanning, het automatisch detecteren van performance-bottlenecks, het bewaken van cyberresilience en compliance-status, en het versnellen van supportdiagnoses doordat een agent alle relevante logs en context al heeft voorgesorteerd voordat een ticket bij DataCore-support belandt.
Klantcasus: ArcelorMittal
Als bewijs uit de praktijk haalde DataCore de staalproducent ArcelorMittal Méditerranée aan, die in Fos-sur-Mer (Frankrijk) SANsymphony en Swarm combineert om productiedata te moderniseren. Het bedrijf verwacht daarmee drie- tot viermaal hogere prestaties en dertig tot veertig procent lagere operationele kosten te realiseren, bij een beoogde capaciteit van 250 TB eind 2026 verdeeld over zo'n dertig DataCore-clusters. Interessant detail uit de discussie: dezelfde applicatie draait er op VMware in Frankrijk en op Hyper-V in Spanje, wat precies illustreert waar DataCore zijn meerwaarde ziet, resilience en dataportabiliteit ongeacht de onderliggende virtualisatielaag.
Met meer dan 10.000 klanten en naar schatting een half miljoen nodes die telemetrie rapporteren, positioneert DataCore zich hiermee nadrukkelijk als infrastructuurpartij die vrijheid van keuze combineert met een steeds autonomer opererend beheerplatform.