Europol: opsporingsdiensten lopen achter op digitaal bewijs
Opsporingsdiensten in de EU kunnen de hoeveelheid en de soorten digitaal bewijs steeds moeilijker bijhouden. Tools, middelen en expertise lopen achter bij moderne technologie.
Hiervoor waarschuwt Europol in het rapport 'Digital forensics: gap analysis'. De analyse is gecoördineerd door de Europese Commissie, in samenwerking met Europol. Ze is gebaseerd op raadplegingen van betrokken partijen, speciale bijeenkomsten, enquêtes en bijdragen van deskundigen van het European Cybercrime Centre van Europol. Het rapport onderzoekt hoe Europese opsporingsinstanties kunnen reageren op het veranderende landschap.
Bewijs verspreid over steeds meer apparaten
Digitale informatie staat op een groeiend aantal apparaten en diensten, zoals mobiele telefoons, verbonden voertuigen en clouddiensten. Dat kan helpen om feiten vast te stellen en verbanden tussen criminelen bloot te leggen. Tegelijk wordt het lastiger om relevante gegevens terug te halen en betrouwbaar te interpreteren. Versleuteling, cloudopslag en op maat gemaakte technologie bemoeilijken de toegang. Verbonden voertuigen en IoT-apparaten vragen bovendien vaak om gespecialiseerde methoden en kennis.
Ook verschillen de mogelijkheden per EU-lidstaat. Veel tools zijn duur en raken snel verouderd. Verschillen in dataformaten en validatiemethoden maken het moeilijker om resultaten samen te voegen en grensoverschrijdend samen te werken. Bestaande Europese oplossingen zijn volgens het rapport niet altijd breed bekend of in gebruik.
Voorgestelde maatregelen
Europol pleit in het rapport voor een aantal praktische stappen. Gemeenschappelijke dataformaten en uniforme testmethoden moeten de analyse en uitwisseling van digitaal bewijs efficiënter maken. Nauwere contacten met fabrikanten kunnen helpen bij het uitlezen en interpreteren van gegevens uit apparaten. Gedeelde platforms, testomgevingen en tools die als dienst worden aangeboden, kunnen middelen doelmatiger inzetten. Op maat gemaakte opleidingen en gezamenlijke werkwijzen moeten de vaardigheden versterken, van rechercheurs op straat tot de rechterlijke macht. Gedeelde operationele prioriteiten en een beter overzicht van bestaande oplossingen moeten investeringen sturen naar onvervulde behoeften en dubbel werk beperken.
Kunstmatige intelligentie (AI) kan volgens Europol helpen bij het analyseren van grote datasets, het automatiseren van taken en het genereren van opsporingsaanwijzingen. Volgens het rapport hangen die voordelen af van zorgvuldige toepassing. Forensisch werk met AI moet transparant, traceerbaar en gedocumenteerd zijn, met resultaten die reproduceerbaar en handmatig te controleren zijn. Het behoud van het originele bewijs en een duidelijke bewijsketen zijn daarbij cruciaal, zodat bevindingen standhouden in de rechtbank en grondrechten beschermd blijven.
Oproep tot investeringen en samenwerking
Het rapport pleit voor aanhoudende investeringen en nauwere samenwerking tussen opsporingsdiensten, onderzoekers, technologieontwikkelaars en fabrikanten. Door tools, vaardigheden en gedeelde infrastructuur te versterken, kunnen EU-lidstaten ervoor zorgen dat relevant digitaal bewijs binnen bereik van onderzoekers blijft.