ABN AMRO: Torenhoog prijskaartje drijft AI in cyclische hoek
Met de start van het nieuwe cijferseizoen richten beleggers hun blik opnieuw massaal op de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie. Terwijl de vraag naar chips en cloudcapaciteit de resultaten van infrastructuurbouwers blijft aanjagen, rijzen er toenemende vragen over de winstgevendheid van pure AI-spelers. Als alle miljardeninvesteringen uiteindelijk moeten worden terugverdiend, kost dat een gemiddeld gezin wereldwijd ruim 4.000 euro per jaar. Dat blijkt uit een analyse van Ralph Wessels, beleggingsstrateeg bij ABN AMRO MeesPierson.
Tijdens het cijferseizoen zal de focus van de markt vooral liggen op de kapitaaluitgaven van de grote technologiebedrijven. Stijgende investeringen zijn gunstig voor chipfabrikanten, terwijl aanhoudende omzetgroei bij clouddiensten de druk op de vrije kasstromen van hyperscalers moet verlichten. De achterliggende softwaremarkt laat echter een optimistischer beeld zien dan de realiteit rechtvaardigt. Pure AI-ontwikkelaars kampen met tegenvallende omzetten en flinterdunne marges, mede doordat losse AI-modellen nauwelijks een uniek concurrentievoordeel bieden en verworden tot een gestandaardiseerd product. Dat leidt tot een felle prijzenslag om de gunst van de gebruiker.
Op het internationale speelveld verdedigen de Verenigde Staten hun voorsprong met hoogwaardige, besloten AI-modellen. De Amerikaanse investeringen in deze zogeheten frontier-modellen kunnen volgend jaar oplopen tot circa 3 procent van het bruto binnenlands product. Tegelijkertijd zet China in op een snelle inhaalslag via goedkopere open-source modellen, waarvoor het land aanzienlijk minder kapitaal reserveert (circa 0,6 procent van het BBP). Hoewel de markt momenteel uitgaat van een hybride model — waarbij zware taken door Amerikaanse modellen worden uitgevoerd en eenvoudigere taken door Chinese varianten — groeit het gebruik van de Chinese alternatieven snel.
De centrale vraag voor zowel burgers als beleggers is wie de torenhoge rekening van de AI-transitie gaat betalen. Om de investeringen van hyperscalers, neoclouds en Chinese partijen terug te verdienen, zou de sector een gezamenlijke omzet van naar schatting 10.000 miljard dollar moeten realiseren. Dat bedrag is vergelijkbaar met wat wereldwijd jaarlijks wordt uitgegeven aan de totale gezondheidszorg of aan voedsel. Omgerekend neergelegd bij de consument komt dit neer op gemiddeld 1.080 euro per persoon of 4.050 euro per gezin per jaar, waarbij de kosten in westerse landen door de hogere koopkracht waarschijnlijk nog hoger uitvallen.
Deze hoge kosten roepen de vraag op of AI een prijsgevoelig en cyclisch product wordt, dat sterk afhankelijk is van de economische conjunctuur. Mogelijke kostenbesparingen door productiviteitswinst kunnen de prijs per saldo drukken, maar vooralsnog blijven de definitieve verdienmodellen onzeker.
Volgens ABN AMRO MeesPierson bevindt de AI-markt zich nog in een vroege fase. Waar de bouwers van de infrastructuur en chipbedrijven nu de overduidelijke winnaars zijn, zal de uiteindelijke waarde waarschijnlijk neerslaan bij organisaties die dankzij AI compleet nieuwe bedrijfsmodellen opzetten of hun bestaande processen succesvol transformeren.