24 januari 2026

WEF Davos 2026 – Het einde van de Malthusiaanse periode

De afgelopen week was het onrustig bij het World Economic Forum in Davos. Toen ik in mijn laatste blog van vorig jaar schreef dat de tijd van realpolitik zou terugkeren, had ik niet verwacht dat dit zo snel en zo expliciet zichtbaar zou worden. In Davos werd niet alleen gesproken over verandering, maar werd zij feitelijk voltrokken. Bondskanselier Merz erkende openlijk dat het Duitse energiebeleid het land heeft verarmd en structureel heeft verzwakt en “Europe Is Choking on Its Own Rules”. Tegelijkertijd rolt de Verenigde Staten, onder leiding van Trump, steeds verder hun nieuwe veiligheids- en economische strategie uit die tachtig jaar trans-Atlantische vanzelfsprekendheid ter discussie stelt.

WEF Davos 2026 – Het einde van de Malthusiaanse periode image

WEF Davos 2026 markeert daarmee meer dan een breukmoment; het markeert het einde van een denkraam dat sinds 1971 – en eigenlijk sinds 1945 – dominant was in het Westen. De ‘oude orde’ functioneerde als een bestuurlijk besturingssysteem waarin globalisering, financiële abstractie en schaarstemanagement centraal stonden. Wat nu zichtbaar wordt, is de overgang naar een ander systeem, waarin – net als tachtig jaar geleden – fysieke economie, energie, productie en nationale soevereiniteit opnieuw leidend zijn.

Eindige en oneindige denkkaders

De kern van deze verschuiving laat zich het best begrijpen via het onderscheid tussen eindige en oneindige systemen. Het Trump-team opereert vanuit een oneindig denkkader: groei als proces, niet als herverdeling; economie als generatief systeem, niet als beheerde beperking. Het Europese en globalistische establishment daarentegen blijft grotendeels gevangen in een eindig kader, waarin beleid gericht is op het beheren van schaarste, het verdelen van afnemende welvaart en het institutionaliseren van morele superioriteit.

Dat vertaalt zich in ritueel beleid. Beleidsdocumenten, toppen en verklaringen zijn steeds minder gericht op probleemoplossing of kennisontwikkeling en steeds meer op het afdwingen van conformiteit. Kritiek wordt niet weerlegd, maar gemoraliseerd. Wie dit patroon herkent uit eerdere discussies over energie, klimaat en soevereiniteit, ziet hier dezelfde dynamiek terug: behoud van het narratief gaat boven correctie van fouten.

Wanneer overheden en instituties belangrijker worden dan de werkelijkheid die zij geacht worden te dienen, ontstaat fragiliteit. Systemen die niet meer kunnen toegeven dat aannames fout waren, verliezen hun aanpassingsvermogen. In die zin zijn veel progressieve bewegingen van gisteren de conservatieve krachten van vandaag geworden.

De Malthusiaanse reflex

Het eindige systeem is in essentie Malthusiaans. Groei wordt gezien als bedreiging, energie als probleem en menselijke creativiteit als risico. Schaarste wordt niet bestreden, maar georganiseerd. Dat verklaart waarom beleidsvoorstellen zoals de Europese spaar- en investeringsunie vooral gericht zijn op het herverdelen en afschermen van bestaand kapitaal, in plaats van op het creëren van nieuwe fysieke rijkdom.

Deze reflex zien we al jaren terug in het Europese energiebeleid: het bewust duur maken van energie, het afbouwen van productiecapaciteit en het externaliseren van industriële activiteit. Zoals eerder betoogd in mijn blogs over energie en strategische afhankelijkheid, is energie geen moreel vraagstuk maar een machtsfactor. Wie energie schaars maakt, maakt zichzelf kwetsbaar.

Het Amerikaanse breekpunt: schaarste verworpen

Het nieuwe Amerikaanse beleid breekt expliciet met deze logica. Grow, Baby, Grow is geen slogan, maar een systeemkeuze. Rijkdom wordt niet gezien als een eindige taart, maar als een vermogen dat steeds opnieuw kan worden gegenereerd via kennis, technologie, energie en arbeid. Met de uitspraak dat globalisering is mislukt, wordt niet alleen beleid verworpen, maar een wereldbeeld.

De herwaardering van kernenergie, fossiele energie en AI past binnen wat het principe van optimisme genoemd kan worden: grondstoffen zijn geen vaste natuurgrenzen, maar functies van kennis en technologie. Dat was ook de boodschap van Musk in Davos. Wat vandaag schaars lijkt, kan morgen overvloedig worden zodra verklarende kennis verandert. Daarmee verschuift economie van moreel beheer naar fysieke transformatie.

Waarom eindige systemen structureel verliezen

Geschiedenis laat zien dat eindige systemen, hoe moreel overtuigend ook gepresenteerd, uiteindelijk economisch en geopolitiek verliezen. Europa vormt daarvan inmiddels een pijnlijk voorbeeld. Decennialang is ingezet op behoud, herverdeling en regulering, terwijl productiviteit, innovatie en strategische autonomie afnamen.

In plaats van deze realiteit onder ogen te zien, blijft Europa toneel spelen. Beleidsmakers bewegen zich van crisis naar crisis, terwijl het onderliggende model niet wordt herzien. Het resultaat is een statische samenleving die verandering niet meer kan absorberen. Internationale instituties worden in stand gehouden uit gewoonte, niet uit effectiviteit.

Zonder creative destruction ontstaat geen nieuw systeem.
Stilstand in een tijd van versnelling is geen neutraliteit,
maar achteruitgang.

Globalisering voorbij het dogma

Dat globalisering in zijn huidige vorm is vastgelopen, betekent niet het einde van internationale handel, maar wel het einde van globalisering als ideologisch dogma. Over deglobalisering schreef ik in 2019 al blogs. Het Amerikaanse model verschuift naar productie, arbeid en energiezekerheid. Groei wordt opnieuw gekoppeld aan fysieke capaciteit in plaats van financiële abstractie.

Hier botst het Amerikaanse, Hamiltoniaanse model frontaal met het Brits-Europese, financieel-renteniersgerichte systeem. Davos 2026 maakte duidelijk dat dit laatste zijn legitimiteit verliest. Zelfs binnen Europa groeit het besef dat een economie gebaseerd op goedkope import, offshoring en schuldfinanciering structureel kwetsbaar is.

Het verbod van Trump op institutionele speculatie in eengezinswoningen past in die heroriëntatie. Het is een aanval op rentenierslogica en een herwaardering van brede vermogensopbouw, ook voor burgers. Tarieven fungeren daarbij niet als protectionistisch doel, maar als strategisch stuurinstrument.

Europa in transitie – maar te laat

Europa bevindt zich intussen ook in deze systeemtransitie, maar heeft minstens een decennium verloren. De veronderstelling van permanente Amerikaanse bescherming heeft geleid tot strategische luiheid. Veiligheid, energie en handel werden uitbesteed aan een orde die inmiddels niet meer bestaat.

De verbazing over nieuwe Amerikaanse partnerschappen met Turkije, Qatar, Egypte en de Golfstaten is daarom misplaatst. Het zijn rationele keuzes binnen een nieuw geopolitiek raamwerk, waarin loyaliteit wordt vervangen door belangen en capaciteit.

Groenland als signaal

Het Groenland-dossier fungeert als geopolitieke lakmoesproef. Niet als vastgoedtransactie, maar als veiligheidsverklaring binnen een Monroe-doctrine 2.0. De boodschap is helder: veiligheid kan niet worden uitbesteed aan verouderde structuren.

Tarieven worden ingezet als drukmiddel om deze realiteit af te dwingen. Aanvankelijke Europese weerstand maakt plaats voor pragmatisme. Wanneer zelfs Duitse en Canadese leiders veiligheid expliciet centraal stellen, is de paradigmawisseling voltooid.

Davos 2026: het einde van de consensus

Davos 2026 was geen klassiek debat, maar een overgangsritueel. Het globalistische kamp verdedigde vooral zijn verleden, terwijl het Amerikaanse kamp een nieuw systeem introduceerde. De verschuiving van schaarstebeheer naar capaciteitsopbouw maakt de oude Davos-consensus irrelevant.

Wat rest is een fundamentele keuze: vasthouden aan een eindig, Malthusiaans wereldbeeld, of overstappen op een oneindig systeem waarin energie, kennis en productie opnieuw centraal staan. Davos 2026 liet zien dat deze keuze niet langer theoretisch is, maar onvermijdelijk.

Door: Hans Timmerman (foto)

PNY 01-2026 BW
Digital Realty AMS11 BN

Wil jij dagelijkse updates?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!