Onderwijs wil uniek zijn. De digitale integraties zijn dat allang niet meer.
Iedere organisatie presenteert zichzelf graag als uniek. Het onderwijs is daar geen uitzondering op. Elke instelling heeft zijn eigen cultuur, zijn eigen docenten, zijn eigen manier van werken, en dus, zo gaat de redenering, zijn eigen unieke ICT-vraagstuk dat om een unieke oplossing vraagt. Daar zit een denkfout in die het MBO al jaren handenvol geld kost.
Onderscheiden door technologie?
De tijd dat je je als organisatie onderscheidde door je technologie is namelijk voorbij. Je wordt niet uniek door de software die je koppelt of de manier waarop je een integratie technisch dichttimmert. Je wordt uniek door de manier waarop je die technologie inzet, voor je studenten, je docenten en je rol in de keten. De leidingen onder de vloer zijn bij vrijwel elke instelling hetzelfde. Het verschil zit in wat je erdoorheen stuurt.
De complexiteit zit niet waar je denkt
Vraag een willekeurige onderwijsinstelling waarom haar IT-landschap zo ingewikkeld is, en het antwoord gaat bijna altijd over techniek. Over het Studenteninformatiesysteem (SIS) waar tientallen back-office applicaties aan gekoppeld zijn. Over de roosterapp die net even anders praat dan het toetssysteem. Over die ene koppeling die ooit door een externe is gebouwd en die niemand meer durft aan te raken.
Maar dat is het gevolg, niet de oorzaak. De echte complexiteit in het MBO is organisatorisch, en die laat zich terugvoeren op vier krachten die continu aan dezelfde IT-afdeling trekken.
- De docent wil zijn eigen oplossing. Onderwijs draait op autonome professionals, en die hebben, vaak terecht, een sterke eigen mening. Met een structureel lerarentekort is de neiging groot om docenten hun zin te geven. Elke keer dat je toegeeft, komt er een tool bij, een koppeling, een uitzondering.
- Het bestuur wil besparen en vereenvoudigen. Fusies, samenwerkingsverbanden, kostenreducties; allemaal bedoeld om het simpeler te maken, en allemaal met als bijeffect dat er weer systemen en processen samengevoegd of juist ontvlochten moeten worden.
- De student wil alles in één app. Cijfers, rooster, toetsen, communicatie, het liefst in één of twee schermen. Wat voor de student één soepele ervaring moet zijn, is achter de schermen een wirwar van bronnen die real-time moeten samenkomen.
- De IT-afdeling staat ertussenin. Te weinig mensen, een verouderde stack, en de opdracht om alles vooral flexibel te houden zodat docent en bestuur gefaciliteerd blijven. Flexibiliteit is daarmee het toverwoord geworden, en juist die flexibiliteit wordt verkeerd ingevuld.
Maatwerk lost niets op, het bevriest het probleem
Want hoe reageert een instelling die zich uniek waant op enkele, of misschien wel alle vier krachten? Met maatwerk. Voor elke wens een eigen koppeling, voor elke uitzondering een eigen oplossing. Dat voelt als flexibiliteit, maar het is het tegenovergestelde.
Elke maatwerkkoppeling is een afspraak met de toekomst die je niet kunt nakomen. Hij is duur om te bouwen, duurder om te beheren, en hij wordt een blok aan het been zodra er iets verandert. En in het onderwijs verandert er altijd iets: een nieuw systeem, een fusie, een wettelijke eis, nieuw beleid of een leverancier die ermee stopt. Maatwerk bevriest de complexiteit van vandaag tot de erfenis van morgen. Hoe meer uniek je je landschap maakt, hoe minder wendbaar je wordt.
De maatschappelijke druk maakt het alleen maar urgenter. Het MBO moet aansluiten op ketens met gemeenten, bedrijfsleven en andere instellingen. Het moet een leven lang leren ondersteunen, waarbij studenten onderdelen bij verschillende instellingen volgen en hun gegevens moeten meereizen. Het moet keuzes maken over de cloud, en over digitale soevereiniteit, want onderwijs is een sector die kritisch nadenkt over afhankelijkheid van software. Geen van die opgaven los je op met nog een unieke koppeling erbij.
De sector wijst zelf de weg
Het mooie is dat het onderwijs het antwoord al aan het formuleren is. Met de Open Onderwijs API, sinds eind 2025 hernoemd tot Open Education API, legt de sector zelf vast hoe instellingen onderwijsdata uitwisselen. Beschrijving, aanbod en afname van onderwijs, langs één afgesproken standaard in plaats van langs honderd losse koppelingen.
De ambitie erachter is veelzeggend: van veel-op-veel koppelingen naar veel-op-weinig. Niet elke instelling die voor elk systeem opnieuw het wiel uitvindt, maar één standaard manier van aansluiten waar iedereen op voortbouwt. De standaard bepaalt hoe de stekkers op elkaar passen. Hoeveel spanning je erop zet, en wat je ermee doet voor je eigen studenten, bepaal je nog steeds helemaal zelf.
Dat is precies de scheiding die het onderwijs nodig heeft. Standaardiseer de aansluiting, want daar zit geen onderscheidend vermogen in. Wees uniek in wat je ermee doet, want daar zit het wel.
De adoptie gaat voorzichtig, via pilots en use cases maar over één ding is bijna iedereen het eens; we moeten weg van maatwerk.
In het tweede artikel kijk ik naar wat dat concreet betekent voor de manier waarop een onderwijsinstelling haar integraties organiseert. En waarom de keuze tussen maatwerk en standaard uiteindelijk een keuze is tussen vastzitten en vooruitkomen.
Door: Marcel den Hartog, Trend & Development Expert bij Enable U