Wat de overheid kan leren van een geslaagde overname
Het kabinet heeft een ambitieus plan gepresenteerd. AI en standaardisering als hefboom voor een slagvaardige overheid, en als kroon op het werk: één Rijksdienst. Standaard en centraal, tenzij. De richting is goed. De ambitie is begrijpelijk. En iedere Nederlander wil een overheid die minder uitgeeft, beter samenwerkt en eenvoudiger te gebruiken is.
Maar in het bedrijfsleven kennen we dit vraagstuk al decennia. Niet als overheidsplan, maar als dagelijkse realiteit bij fusies, overnames en andere vormen van samensmelting. En wat we daar hebben geleerd, is even simpel als hardnekkig: de volgorde bepaalt het succes.
Een overname is geen optelling
Wie in het bedrijfsleven twee organisaties samenvoegt, weet dat de echte uitdaging niet zit in het tekenen van de overeenkomst. De uitdaging begint daarna. Systemen moeten worden samengevoegd, processen geharmoniseerd, mensen meegenomen. En bovenal: data moet op orde zijn.
Elke ervaren M&A-professional weet dat due diligence niet alleen over financiën gaat. Het gaat ook over de vraag: weten we eigenlijk wat we overnemen? Welke data heeft de andere partij, hoe is die georganiseerd, wat betekenen de begrippen die zij hanteren, en hoe verhouden die zich tot de onze? Organisaties die die vragen overslaan en direct beginnen met centraliseren, lopen vrijwel altijd vast. Niet door gebrek aan ambitie, maar door gebrek aan fundament.
Wat het kabinet nu voorstelt, is in essentie een mega-overname. Tien ministeries, tientallen uitvoeringsorganisaties, honderden systemen en een geschiedenis van decennia aan eigenstandige IT-keuzes. Dat samenvoegen tot één Rijksdienst is geen reorganisatie. Het is de grootste integratieoperatie die Nederland ooit heeft geprobeerd.
We kennen dit verhaal
Na veertig jaar in de IT heb ik dit patroon keer op keer zien terugkomen, bij bedrijven én bij de overheid. E-overheid, het Nationaal Uitvoeringsprogramma, SSC-ICT, P-Direkt: de ambitie om te centraliseren en te standaardiseren is niet nieuw. Wat telkens ontbrak was de bereidheid om eerst het onzichtbare werk te doen, voordat het zichtbare werk begon.
Een nieuwe stuurgroep is sneller opgericht dan een oude afgebouwd. Een nieuwe regel bijverzinnen gaat sneller dan een bestaande laten verdwijnen. En AI als oplossing aankondigen is veel aantrekkelijker dan maandenlang datalandschappen in kaart brengen. Maar het bedrijfsleven heeft geleerd dat je die volgorde niet kunt omdraaien zonder te betalen voor de consequenties.
Wat geslaagde fusies gemeen hebben
Kijk naar de overnames die wél werken. Wat hebben ze gemeen? Ze beginnen niet met de nieuwe structuur. Ze beginnen met de vraag: wat weten we eigenlijk van elkaar, en hoe zorgen we dat die kennis gedeeld, toegankelijk en betrouwbaar is?
Concreet betekent dat drie dingen, die even goed gelden voor een kabinetsplan als voor een bedrijfsovername.
Weet welke data je hebt. Dat klinkt vanzelfsprekend. In de praktijk is het bij de meeste grote organisaties, publiek of privaat, nog steeds niet volledig op orde. Welke gegevens bestaan er, waar staan ze, wie is verantwoordelijk en wat betekenen ze precies? Zonder antwoord op die vragen is centraliseren bij voorbaat een gok.
Zorg voor gedeelde definities. Een "klant", een "order", een "contract": in elke organisatie worden deze begrippen net iets anders geïnterpreteerd. Bij de overheid is het niet anders. Een "inwoner", een "aanvraag", een "besluit": ieder ministerie heeft zijn eigen interpretatie. Zolang die definities niet geharmoniseerd zijn, praten systemen langs elkaar heen, ook al draaien ze op hetzelfde platform.
Ontsluiting via een API-first /MCP strategie. Maak data beschikbaar via gestandaardiseerde interfaces, niet als eenmalig migratieproject maar als structurele werkwijze. In het bedrijfsleven is dit allang de norm bij elke serieuze integratieoperatie. Organisaties die dit overslaan, besteden jaren aan maatwerk-koppelingen die bij de volgende reorganisatie opnieuw gebouwd moeten worden.
Dan pas werkt AI
Het kabinet zet in op AI als middel om meer te doen met minder mensen. Dat kan. Maar AI is geen tovermiddel dat werkt ongeacht de onderliggende infrastructuur. AI werkt alleen als de data klopt, consistent is benoemd en toegankelijk is via betrouwbare interfaces. Zonder dat fundament is AI geen strategisch instrument maar een duur experiment met een voorspelbaar einde.
Het bedrijfsleven weet dit. De organisaties die AI succesvol hebben ingezet op schaal, hebben allemaal eerst geïnvesteerd in hun datafundament. Niet omdat dat leuk is, maar omdat er geen alternatief is.
De kans is er
Het goede nieuws is dat dit kabinetsplan een kans biedt die er niet altijd is: politieke urgentie en bestuurlijke aandacht voor een probleem dat technici al jaren benoemen maar zelden hoog op de agenda krijgen. Die aandacht moet nu worden benut om het juiste gesprek te voeren. Niet over de eindstructuur, maar over de volgorde.
Begin met de basis. Weet wat je hebt. Maak het toegankelijk. En bouw dan pas de Rijksdienst die dit land verdient.
Veel bedrijven hebben die les al geleerd. Nu de overheid nog.
Door: Marcel den Hartog, Trend & Development Expert bij Enable U, een Nederlandse IT-specialist op het gebied van integratie en datamanagement voor de publieke sector en het bedrijfsleven.