01 oktober 2026

Technical debt en de badkuipkromme

Afgelopen week hoorde ik tijdens een CIO-bijeenkomst een spreker twee prioriteiten noemen die mij bijbleven: ‘reduce the technical debt and renew the foundation.’ Twee korte zinnen, maar eigenlijk een complete IT-strategie. Ik heb de afgelopen jaren weinig leiders in de informatiewereld deze twee zaken zo expliciet naast elkaar horen zetten. Terwijl juist dit volgens mij de twee lastigste aandachtspunten zijn in een snel veranderende digitale wereld.

Technical debt en de badkuipkromme image

Elk technisch systeem kent immers een soort badkuipkromme. Aan het begin zijn er kinderziektes: problemen die in de praktijk nog moet worden opgelost. Daarna volgt een periode waarin het stabiel en betrouwbaar functioneert. Maar aan het einde van de levensduur keert de problematiek terug. Componenten verouderen, kennis verdwijnt, onderdelen worden moeilijker verkrijgbaar, software wordt niet meer ondersteund en nieuwe eisen passen steeds minder goed bij de oorspronkelijke architectuur. De onderhoudskosten lopen op.

Dat is het moment waarop technical debt ontstaat. Niet omdat het systeem ineens slecht is geworden, maar omdat we het te lang niet fundamenteel hebben vernieuwd. En hoe langer je daarmee wacht, hoe groter de schuld wordt.

Onderhoud is niet hetzelfde als vernieuwing

Een belangrijk onderscheid wordt daarbij vaak vergeten. Onderhoud houdt een systeem in bedrijf. Vernieuwing zorgt ervoor dat het systeem ook in de toekomst in bedrijf kan blijven. In de techniek kennen we daarvoor de mooie afkorting MRO: Maintenance, Repair and Overhaul. Onderhoud dus, repareren wanneer dat nodig is, maar vooral ook periodiek reviseren. Dat levert sustainability: instandhouding op lange termijn.

De vliegtuigindustrie is daarvan een prachtig voorbeeld. Een vliegtuig wordt tijdens zijn levensduur niet simpelweg steeds verder onderhouden totdat het uiteindelijk uit elkaar valt. Het wordt periodiek grondig geïnspecteerd, gemodificeerd en gereviseerd en waar nodig voorzien van nieuwe systemen en componenten. Ook structurele onderdelen worden gecontroleerd en vervangen of versterkt.

Het doel is niet om een oud vliegtuig nieuw te maken. Het doel is te voorkomen dat ouderdom leidt tot technische onbetrouwbaarheid. De F-16 is daarvan een mooi voorbeeld. Het ontwerp stamt uit de late jaren zestig, de eerste vlucht vond plaats in 1974 en het toestel werd einde van de jaren zeventig operationeel. Toch vliegen F-16’s nog steeds. Niet omdat het oorspronkelijke vliegtuig onveranderd bleef, maar dankzij een lange reeks van onderhouds-, modificatie- en moderniseringsprogramma’s.

De oorspronkelijk ontworpen levensduur van veel F-16’s lag rond de 8.000 vlieguren. Met structurele aanpassingen en service-life-extension programma’s is die voor bepaalde toestellen aanzienlijk verlengd, in sommige gevallen tot 12.000 vlieguren. Oud hoeft dus niet gammel te betekenen. Maar daar is wel een voorwaarde aan verbonden: ‘je moet blijven vernieuwen’.

Het fundament vernieuwen

Daarmee komen we terug bij de tweede uitspraak van genoemde CIO: ‘renew the foundation’. Want om een systeem te kunnen vernieuwen, moet het fundament die vernieuwing wel kunnen dragen. Een systeem is uiteindelijk niet sterker dan het fundament waarop het gebouwd is. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de informatiewereld vergeten we het opvallend vaak. We vervangen applicaties, voegen functionaliteit toe, koppelen nieuwe databronnen en introduceren AI. Ondertussen blijft daaronder soms een infrastructuur staan die twintig of dertig jaar geleden is ontworpen.

Dan ontstaat een merkwaardige situatie. We zetten een nieuwe verdieping op een gebouw waarvan de fundering nooit voor die extra belasting is ontworpen. Op een bepaald moment helpt onderhoud niet meer. Je kunt blijven repareren, maar het fundament begint de vernieuwing zelf tegen te houden.

Daar komt ‘creative destruction’ van Schumpeter om de hoek kijken. Soms moet je iets gecontroleerd afbreken om ruimte te maken voor iets nieuws. Dat is misschien wel een van de moeilijkste vormen van leiderschap. Waarom zou je iets vervangen dat vandaag nog werkt? Waarom geld investeren in iets wat gebruikers nauwelijks zien? Waarom een fundament vernieuwen als de business gewoon door moet? Juist die vragen zorgen ervoor dat technical debt zich kan opstapelen.

Informatietechniek is nog jong

De vliegtuigindustrie heeft ruim een eeuw ervaring met het ontwerpen, bouwen, onderhouden, modificeren en uiteindelijk vervangen van complexe systemen. De informatietechniek is in vergelijking pas half zo oud. Onze informatie-industrie heeft fundamentele architectuur-veranderingen doorgemaakt: van mainframes naar client/server, van eigen datacenters naar internet en cloud. En nu naar gedistribueerde systemen, edge computing, microservices en AI-agents.

Opvallend is dat de architectuur steeds lijkt terug te komen in nieuwe gedaanten. Het mainframe verdween niet echt, maar werd op een andere manier georganiseerd. De cloud bracht centrale reken- en opslagcapaciteit opnieuw als dienst terug. En nu zien we weer een beweging naar meer gedistribueerde intelligentie, waarbij microservices steeds vaker door en als AI-agents worden aangestuurd. De verpakking verandert, het onderliggende principe veel minder.

Want uiteindelijk staat de meest geavanceerde cloud nog steeds in een datacenter. Een magazijn vol hardware, verbonden door netwerken en gevoed door elektriciteit. In die hardware worden elektronen door halfgeleiders gestuurd en ontstaat de fysieke basis waarop software, algoritmen en AI kunnen functioneren. We bouwen steeds nieuwe lagen bovenop dezelfde fysieke en technische werkelijkheid. En hebben nog steeds warmte als ‘afval-product’.

Voorkom dat je IT een oldtimer wordt

Daarom vind ik de twee prioriteiten van die CIO zo interessant. ‘Constantly reduce the technical debt & renew the foundation’. Het zijn geen technische projecten, maar twee voorwaarden om als organisatie te kunnen blijven vernieuwen. Wie technical debt laat oplopen, krijgt uiteindelijk steeds meer onderhoud en steeds minder ruimte voor vernieuwing. Het systeem is eerst als youngtimer: nog bruikbaar, maar steeds gevoeliger voor storingen, duurder om te onderhouden en lastiger aan te passen.

En als je nog langer wacht, wordt het een oldtimer. Een oldtimer kan prachtig zijn, technisch perfect onderhouden zijn en nog jaren rijden. Maar je gebruikt hem anders. Voor een mooie rit op zondag is hij uitstekend; voor dagelijks, betrouwbaar en intensief transport is het een ander verhaal. Dat onderscheid zie ik ook in de informatiewereld. Bij veel organisaties staan systemen die al lang youngtimers zijn. Sommigen zijn zelfs regelrechte oldtimers geworden. Ze functioneren nog, maar iedere verandering wordt moeilijker, iedere koppeling complexer en iedere storing duurder.

Daarmee wordt de ‘technische schuld’ niet alleen een technisch probleem, maar een strategisch probleem. Werkelijk leiderschap betekent daarom niet alleen zorgen dat de systemen vandaag functioneren. Het betekent ook ervoor zorgen dat het fundament sterk genoeg blijft voor de systemen van morgen. Dat vraagt visie en technisch inzicht, maar vooral leiderschap, budget en doorzettingskracht. Creative destruction is zelden populair. Iets afbreken dat het nog doet, voelt als geld weggooien. Dat geld kunnen we immers ook aan veel leukere dingen besteden.

Maar juist daarom is vernieuwend leiderschap nodig. Niet wachten tot de badkuipkromme je dwingt tot vernieuwing, maar vernieuwen voordat je aan het einde van de kromme bent aangekomen. Goed management van technische schuld is misschien wel een van de belangrijkste voorwaarden om een onderneming of organisatie duurzaam en toekomstbestendig te houden.

Door: Hans Timmerman (foto)

Axians - Oktober 2026 - AI Dutch IT Awards 2026 BW + BN
Axians - Oktober 2026 - AI

Wil jij dagelijkse updates?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!