Witold Kepinski - 09 maart 2026

Sublicentie-model van de baan: Staat verliest van IT-resellers

In een baanbrekende uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag de Staat der Nederlanden bevolen twee grootschalige IT-aanbestedingen onmiddellijk te staken. De rechter oordeelde dat de gestelde voorwaarden voor de inkoop van softwarelicenties "disproportioneel" zijn en de marktwerking verstoren. De uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2025:27115) markeert een gevoelige nederlaag voor het inkoopbeleid van het Rijk.

Sublicentie-model van de baan: Staat verliest van IT-resellers image

Het geschil draait om de aanbestedingen EAP2025 MJenV en EAP2025 MinDef, bedoeld voor de levering van standaardsoftware (zoals Microsoft-licenties en andere pakketten) aan diverse ministeries en defensie-onderdelen. De totale geraamde waarde van de opdrachten bedraagt maar liefst 365 miljoen euro per jaar zo meldt rechspraak.nl.

De strijdende partijen

De zaak werd aangespannen door Protinus IT, een grote speler op de Nederlandse IT-markt. Zij kregen in de rechtszaal steun van Dustin Netherlands, die zich aan hun zijde voegde. Aan de andere kant stond SoftwareONE Netherlands, die als tussenkomende partij eveneens bezwaar maakte tegen de koers van de Staat.

Gedaagde in dit kort geding was de Staat der Nederlanden, specifiek vertegenwoordigd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Dienstencentrum IUC J&V) en het Ministerie van Defensie.

Het 'sublicentie-dilemma'

De kern van het conflict is het door de Staat geëiste sublicentiemodel. De Staat wilde uitsluitend contracteren met de 'resellers' (de tussenpersonen), waarbij deze resellers licenties van de softwaremakers (de 'vendoren' zoals Oracle, Adobe of VMware) moesten inkopen en vervolgens als sublicentie aan de Staat moesten doorleveren.

De eisers toonden echter met verklaringen van tientallen softwarefabrikanten aan dat deze vendoren helemaal niet bereid zijn om via sublicenties te werken. Zij eisen een directe contractuele band met de eindgebruiker om controle te houden over het gebruik van hun intellectueel eigendom. De reseller zit hierdoor klem: zij moeten iets leveren wat de fabrikant hen niet toestaat te verkopen.

Oordeel van de rechter: "Disproportioneel"

De voorzieningenrechter stelde Protinus en de andere resellers in het gelijk. De belangrijkste punten uit het vonnis zijn:

  1. Gebrek aan marktonderzoek: De Staat kon niet bewijzen dat softwarefabrikanten daadwerkelijk bereid zijn volgens dit model te werken. De bewering van de Staat dat er een "tweedehands markt" voor licenties zou zijn die dit oplost, werd als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.
  2. Onredelijke last: De Staat bood een 'overmachtsclausule' aan waarbij resellers per opdracht konden smeken om afwijkende voorwaarden. De rechter noemde dit een "onevenredige last" die de resellers te veel tijd en mankracht kost.
  3. Transparantie: Er ontbrak een duidelijk kader over wanneer de Staat dergelijke verzoeken zou inwilligen.

Gevolgen voor de Staat

De Staat moet de lopende procedures nu staken. Als het Rijk de opdrachten opnieuw wil aanbesteden, moet er eerst gedegen marktonderzoek worden gedaan. Ook moeten de voorwaarden in lijn worden gebracht met de Gids Proportionaliteit, met name wat betreft de aansprakelijkheid van resellers voor AVG-schendingen door de fabrikant.

De Staat is bovendien veroordeeld in de proceskosten van alle betrokken partijen. De juridische strijd onderstreept de toenemende frictie tussen de starre aanbestedingsregels van de overheid en de weerbarstige machtspositie van grote, veelal Amerikaanse softwareleveranciers.

Lees de hele uitspraak hier.

Datto 01 2026 BW + BN periode 2 ESET Cyber Defense Summit 2026
Datto 01 2026 BW + BN periode 2

Wil jij dagelijkse updates?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!