Europese datacenters worstelen met rapportage duurzaamheidsgegevens
De eerste verplichte rapportageronde onder de bijgewerkte Energie-efficiëntierichtlijn van de Europese Unie brengt aanzienlijke hiaten in de gegevensdekking en consistentie aan het licht gebracht. Van de meer dan 2.000 datacenters in de EU hebben slechts 770 locaties hun metrieken ingediend, wat neerkomt op ongeveer 36 procent. Sommige EU-lidstaten hebben zelfs helemaal geen informatie ingediend.
Dit meldt Datacenter Knowledge. De beperkte beschikbaarheid van de gegevens maakt het moeilijk om een betrouwbare basis te leggen voor de milieueffecten van de sector. Ook binnen de locaties die wel hebben gerapporteerd, varieerde de volledigheid van de gegevens sterk. Kerndata zoals het totale energieverbruik zijn relatief vaak beschikbaar. Andere indicatoren zoals de temperatuur van restwarmte en het gebruik van noodstroomaggregaten zijn echter vaak onvolledig of onbruikbaar, waardoor in de praktijk veel informatie ontbreekt.
Colocatie levert uitdagingen op
Een van de grootste uitdagingen in het rapportageproces ligt in het dominante colocatiemodel. Colocatieproviders, die een groot deel van de markt uitmaken, leveren ruimte, stroom en koeling, terwijl klanten de servers en de bijbehorende operationele gegevens in bezit hebben. Deze verdeling creëert een breuklijn in het rapportagekader. Colocatie-exploitanten zijn verantwoordelijk voor het bekendmaken van metrieken op faciliteitsniveau, maar huurders beheersen de telemetriegegevens. Dit leidt tot gefragmenteerde datasets die moeilijk effectief te aggregeren zijn op faciliteitsniveau, met name in omgevingen met meerdere huurders en gemengde werkbelastingen en contracten.
Het rapportagekader maakt gebruik van bekende benchmarks zoals Power Usage Effectiveness (PUE), Water Usage Effectiveness (WUE), energiehergebruik en het aandeel hernieuwbare energie. Deze waarden zijn echter ook afhankelijk van schone en consistente invoer, die niet altijd beschikbaar is. In sommige gevallen ligt het probleem in de manier waarop metrieken zijn gedefinieerd. Zo meet de huidige WUE-metric de waterinvoer in plaats van het verbruik, wat de resultaten kan vertekenen.
Operationele inzichten
Ondanks de tekortkomingen biedt de dataset wel inzicht in de operationele aspecten van de sector. Gemiddeld rapporteerden EU-datacenters 17 MW aan geïnstalleerd IT-vermogen en ongeveer 19,8 miljoen kWh aan totaal jaarlijks energieverbruik, waarvan 15,4 miljoen kWh toe te schrijven is aan de IT-belasting. De waterinvoer bedroeg gemiddeld meer dan 21 miljoen kubieke meter, terwijl het gebruik van hernieuwbare energie werd gerapporteerd op ongeveer 16,8 miljoen kWh.
De gemiddelde energieconsumptie daalt echter tot net onder de 8 miljoen kWh als we kijken naar de mediaan, wat wijst op een aanzienlijk verschil met het gemiddelde. Deze discrepantie suggereert dat de dataset sterk wordt beïnvloed door grotere faciliteiten en uitschieters, wat het totaalbeeld kan vertekenen.