Nexperia China krijgt dwangsom tot maximaal 100 miljoen euro
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft in een herstelvonnis op 5 november 2026 Nexperia China veroordeeld om zich binnen de Europese Unie te onthouden van het gebruik van een Chinees rechterlijk verbod tegen het Nederlandse Nexperia B.V.
Het geschil is een escalatie van een breder corporate-governance conflict tussen het Nijmeegse Nexperia B.V. en haar Chinese dochteronderneming Nexperia China. De Chinese rechter in Jiangsu had eerder op verzoek van de dochteronderneming een zogeheten anti-suit injunction (ASI) opgelegd. Dit verbod verhinderde Nexperia B.V. wereldwijd om juridische stappen te ondernemen of uitlatingen te doen over merkinbreuk, op straffe van een dwangsom van 1 miljoen yuan per dag.
De Haagse rechter oordeelde dat de Chinese ASI onrechtmatig is omdat deze het fundamentele recht van Nexperia B.V. op toegang tot de rechter schendt (artikel 6 EVRM). De rechtbank wees daarom een anti-anti-suit injunction (AASI) toe voor het hele EU-grondgebied, versterkt met een dwangsom van 1 miljoen euro per dag tot een maximum van 100 miljoen euro.
De vorderingen van Nexperia B.V. ten aanzien van directe merkinbreuk werden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Ook de tegeneisen van Nexperia China, waaronder een wapperverbod en inzage in documenten, zijn door de rechter afgewezen.