AP: Politie verzamelt zonder wettelijke basis data over burgers
Het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) van de politie functioneert zonder adequate wettelijke basis voor een deel van zijn werkzaamheden. Het TOOI verzamelt binnen elke politie-eenheid informatie om ernstige verstoringen van de openbare orde, zoals ongeregeldheden bij voetbalwedstrijden of demonstraties, vooraf in te schatten. Het team doet dit door heimelijk gegevens te vergaren over personen die eerder betrokken waren bij ordeverstoringen, onder meer via burgerinformanten uit hun omgeving. Volgens de AP gaat het TOOI hierbij echter verder dan de huidige wetgeving toestaat.
Dit blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Het rapport, dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden, signaleert ook tekortkomingen in de aansturing en controle van het TOOI. De waakhond waarschuwt dat TOOI door het ontbreken van een adequate wettelijke basis dreigt zijn activiteiten te moeten staken. AP-voorzitter Aleid Wolfsen: "Juist omdat handhaving van de openbare orde zo belangrijk is, moet dit goed geregeld zijn. Als de politie inbreuk maakt op iemands grondrechten, mag dat alleen op basis van duidelijke en nauwkeurige wetgeving. Dat voorkomt willekeur bij het optreden van de politie en zorgt ervoor dat deze inbreuk democratisch gelegitimeerd is. Dat is geen formaliteit, dat is een wezenlijke pijler van de democratische rechtsstaat."
Soms langdurig informatie verzamelt
De politie baseert de werkzaamheden van het TOOI op artikel 3 van de Politiewet, dat slechts een ‘geringe inbreuk op de privacy’ toelaat. Uit het onderzoek blijkt dat het team soms langdurig informatie verzamelt over individuen, waardoor een gedetailleerd beeld ontstaat van aspecten van hun leven – bijvoorbeeld als iemand regelmatig demonstreert. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor betrokkenen. Bovendien ontbreekt een duidelijke grondslag voor het beoordelen van potentiële informanten, terwijl het TOOI al gegevens over hen verzamelt voordat zij benaderd worden. Deze personen zijn zich hier niet van bewust.
Daarnaast verwerkt het TOOI soms bijzondere persoonsgegevens, zoals informatie over gezondheid, religie, politieke overtuiging of seksuele voorkeur. Deze gevoelige gegevens mogen alleen worden gebruikt als dat strikt noodzakelijk is en een wettelijke basis heeft, wat nu niet het geval is.
Wolfsen geeft aan dat dit aan belangrijke grondrechten raakt: ‘De vrijheid om jezelf te zijn, te demonstreren en je mening te uiten, is de kern van een democratie. Ook als dat haaks staat op de levensstijl en overtuigingen van anderen of het beleid van de overheid. Als we aan het demonstratierecht komen, komen we aan onze vrijheid en aan onze democratie. Mensen worden steeds vaker in hun dagelijks leven gevolgd. Bijvoorbeeld via surveillance op internet, op straat, bij demonstraties, en door het uitwisselen van gegevens tussen overheidsorganisaties. Dat kan een ‘chilling effect’ hebben: mensen durven hun grondrechten minder te gebruiken, omdat zij bang zijn gevolgd te worden.’
Niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is
De werkzaamheden van het TOOI vallen onder het gezag van burgemeesters, maar in de praktijk is niet altijd duidelijk welke burgemeester verantwoordelijk is. Dit bemoeilijkt zowel de aansturing door burgemeesters als de controle door gemeenteraden.
De AP beveelt aan dat de Tweede Kamer een politiek debat voert over de activiteiten, grenzen en gezagsverdeling van het TOOI. Als er onvoldoende draagvlak is voor de huidige werkwijze, moet het team stoppen met taken die buiten het wettelijke kader vallen. Bij voldoende steun dient de wet te worden aangepast. Zonder aanpassing zal de AP toezien op naleving van de huidige regels en indien nodig handhavend optreden.