Redactie - 16 maart 2026

Hof schorst dwangsommen tegen UMCG in conflict met ChipSoft

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de tenuitvoerlegging van een vonnis tegen het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG) geschorst. De zaak draait om een juridisch conflict met softwareleverancier ChipSoft over de gunning van een nieuw Elektronisch Patiëntendossier (EPD) aan concurrent Epic.

Hof schorst dwangsommen tegen UMCG in conflict met ChipSoft image

De voorzieningenrechter had het UMCG eerder verboden uitvoering te geven aan twee vooraankondigingen voor deze opdracht, op straffe van een dwangsom van €100.000 per dag. Het UMCG stelde in "turbo-spoedappel" echter dat dit verbod onuitvoerbaar is. Ten aanzien van de eerste aankondiging was de overeenkomst met Epic namelijk al gesloten vóór de rechtszaak.

Het hof oordeelt nu dat het vonnis een "kennelijke misslag" bevat. Een veroordeling met dwangsommen moet nauwkeurig omschrijven wat een partij moet doen of laten. Volgens de raadsheren is het dictum in dit geval zo onduidelijk dat het ziekenhuis moet gissen hoe het aan de uitspraak kan voldoen zonder dwangsommen te verbeuren.

Door deze uitspraak zijn de dwangsommen van de baan tot het hof een definitief besluit neemt in de hoofdzaak. De mondelinge behandeling hiervan staat gepland voor 13 maart 2026.

Lees hieronder de hele uitspraak:

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.364.945/01

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 250503

arrest van 3 maart 2026 in het incident in kort geding

in de zaak van

1Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)

gevestigd in Groningen

2. Ommelander Ziekenhuis Groningen B.V. (OZG)

gevestigd in Scheemda

hierna samen: UMCG c.s.

advocaat: mr. J.I. Krikke

en

ChipSoft B.V. (ChipSoft)

gevestigd in Amsterdam

advocaat: mr. K.E.L. van Haastrecht

1Het verloop van de procedure in hoger beroep

UMCG c.s. hebben hoger beroep ingesteld bij het hof tegen het vonnis dat de voorzieningen-rechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, op 6 februari 2026 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

• de turbo-spoedappeldagvaarding

• de memorie van grieven

• het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex art. 351 Rv

• de antwoordconclusie in het incident.

2De kern van de zaak

2.1

ChipSoft is een ICT-leverancier die zich onder meer bezighoudt met het inrichten van Elektronische Patiëntendossiers (EPD’s) ter ondersteuning van zorginstellingen zoals ziekenhuizen.

2.2

UMCG is een academisch ziekenhuis in Groningen. OZG is het streekziekenhuis van Noord- en Oost-Groningen. OZG is een 100% dochter van UMCG, maar fungeert als volledig zelfstandig ziekenhuis.

2.3

UMCG heeft op 4 oktober 2015 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor een eigen Elektronisch Patiëntendossier met de naam ‘Nieuw EPD UMCG’. Een EPD is een digitaal systeem waarin zorgverleners medische gegevens van patiënten bewaren, zoals diagnoses, behandelingen en medicatie. Deze aanbesteding omvatte het selecteren en contracteren van een EPD-leverancier voor het UMCG als enige opdrachtgever. ChipSoft heeft ingeschreven op die aanbesteding uit 2015. De opdracht is uiteindelijk gegund aan Epic.

2.4

Op 6 oktober 2025 heeft het UMCG een vrijwillige aankondiging (hierna: Vooraankondiging 1) als bedoeld in artikel 4.16 Aanbestedingswet (Aw) gedaan. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

“Aankondiging vrijwillige transparantie vooraf UMCG levering van een elektronisch patiëntendossier en aanverwante diensten (EPD). Deze vrijwillige aankondiging overeenkomstig artikel 4.16 van de Aanbestedingswet betreft het voornemen van UMCG en twee andere ziekenhuizen om een gezamenlijk EPD te realiseren op basis van de overeenkomst met Epic Den Bosch B. V. (Epic) voor de levering van een elektronisch patiëntendossier en aanverwante diensten (EPD). Dit voornemen ziet op de opdracht die door UMCG is gegund naar aanleiding van de Europese aanbesteding die bekend is gemaakt onder nummer 201 5,S 1995-353235. Het aansluiten van de andere ziekenhuizen op deze aanbestede opdracht is mogelijk op basis van de oorspronkelijke uitvraag. In die uitvraag is voorzien in een mogelijke toekomstige regionale samenwerking, waarvoor het EPD van de inschrijver bij voorkeur geschikt zou moeten zijn. Die samenwerking wenst

UMCG nu te bewerkstelligen.

Deze wordt gefaciliteerd door het EPD binnen de contractuele structuur van Epic. De

ziekenhuizen die voornemens zijn aan te sluiten, zijn niet aanbestedingsplichtig.

Waarde van alle contracten toegekend in deze kennisgeving: 1 Euro

Rechtvaardiging voor onderhandse gunning: Opdrachten met een geraamde waarde onder

de aanbestedingsdrempels

Andere rechtvaardiging: De opdracht is eerder aanbesteed. In die aanbesteding is reeds

voorzien in de mogelijkheid van uitbreiding in verband met een (regionale) samenwerking.

De toepassing van deze optie komt overigens ten goede aan partijen die niet

aanbestedingsplichtig zijn. Het volume van UMCG wijzigt niet.”

2.5

Op 14 november 2025 heeft het UMCG een vrijwillige aankondiging (hierna: Vooraankondiging 2) als bedoeld in artikel 4.16 Aw gepubliceerd. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

“De opdracht betreft de aansturing en realisatie van het programma “Implementatie SCN". Het betreft de planvorming, de regievoering op de uit te voeren werkzaamheden, de rapportage over voortgang, risicomanagement en budgetuitnutting, het management van de informatiestromen. E.e.a. is samen te brengen in de rollen programmadirectie, centraal programmamanagement “verandermanagement” en Programma Management Office. Gezien de complexiteit van het programma “Implementatie SCN” is adequate sturing en monitoring op de programmamanagementprocessen (financieel management, risicomanagement, informatievoorziening en rapportage) een noodzakelijke voorwaarde. Betreft het realiseren van een Epic Connect omgeving in de periode december 2025 tot en met juli 2027.

Waarde van alle contracten toegekend in deze kennisgeving: 3.160.500 Euro

Rechtvaardiging voor onderhandse gunning: Opdrachten met een geraamde waarde onder de aanbestedingsdrempels.

Andere rechtvaardiging:

De ervaringen van Pragus zijn noodzakelijk voor een succesvolle realisatie van de EPIC connect. Op dit moment zijn er geen partijen in Nederland actief met de benodigde ervaring. AW2012 art. 2.32 lid 1b2 stelt dat als de mededinging om technische gronden ontbreekt, wat in deze situatie het geval is, het gegrond is om een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging te starten.”

2.6

Voor zover in dit incident van belang, heeft ChipSoft in kort geding onder meer gevorderd dat de voorzieningenrechter op straffe van verbeurte van een dwangsom UMCG c.s. verbiedt uitvoering te geven aan Vooraankondiging 1 en 2, althans aan de plannen voor een Share Care Noord waarbij Epic voor een of meer aangesloten zorgaanbieders via UMCG het EPD mag ontwerpen, realiseren, implementeren, in stand houden, onderhouden, beheren en alle daarbij behorende werkzaamheden; UMCG te gebieden Vooraankondiging 1 en 2 binnen twee kalenderdagen na dit vonnis in te trekken en deze ingetrokken te houden; UMCG c.s. te gebieden om, indien en voor zover zij de opdrachten als beschreven in Vooraankondiging 1 en 2 alsnog wensen te vergeven, hiervoor een Europese aanbestedingsprocedure uit te schrijven die openstaat voor mededinging conform het bepaalde in de Aanbestedingswet, een en ander met inachtneming van de Europese staatssteunregels.

2.7

Het dictum van het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 februari 2026 luidt voor zover hier van belang als volgt:

“5.1. verbiedt UMCG en OZG uitvoering te geven aan Vooraankondiging 1 en

Vooraankondiging 2;

(…)

5.4.

veroordeelt UMCG en OZG hoofdelijk om aan ChipSoft een dwangsom te betalen van
€ 100.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder 5.1. (…) of 5.3. voldoen, tot een maximum van € 2.000.000,00 is bereikt;”

3De toelichting op de beslissing van het hof

3.1

UMCG c.s. vorderen schorsing van de tenuitvoerlegging van het hiervoor genoemde vonnis. Zij hebben daar twee redenen voor aangevoerd. Allereerst is wel degelijk al uitvoering gegeven aan Vooraankondiging 1. Op 6 oktober 2025 is deze Vooraankondiging gepubliceerd. Hierna hebben zij de wettelijke standstill-termijn van 20 dagen in acht genomen. Pas nadat deze termijn was verstreken, hebben zij in november 2025 de overeenkomst met Epic gesloten. Hierop hebben UMCG c.s. ook in hun conclusie van antwoord in eerste aanleg bij de beschrijving van de relevante tijdslijnen gewezen. Gelet daarop mist het verbod van de voorzieningenrechter elke grondslag, respectievelijk is sprake van onmogelijkheid aan de kant van UMCG c.s. om aan het vonnis te voldoen.
Verder hebben UMCG c.s. in het kader van hun schorsingsverzoek aangevoerd dat de strekking van het verbod in 5.1 van het dictum onduidelijk is. In aanbestedingsrechtelijke termen betekent het verbod om uitvoering te geven aan beide vooraankondigingen slechts dat de betreffende overeenkomst niet mag worden gesloten. Een vooraankondiging betreft enkel het voornemen van de aanbestedende dienst (het UMCG) om een bepaalde opdracht te gunnen aan een onderneming (Epic).

3.2

ChipSoft heeft van haar kant geconcludeerd tot afwijzing van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Zij heeft daartoe – voor zover van belang – het volgende aangevoerd. Allereerst heeft de voorzieningenrechter in haar oordeel ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat al een overeenkomst tussen UMCG en Epic zou zijn gesloten. ChipSoft verwijst hierbij naar overwegingen 4.15 e.v. van het vonnis. Verder moet de veroordeling in 5.1 van het dictum in samenhang worden gelezen met de veroordelingen in 5.2 en 5.3 van het dictum. Hieruit volgt dat de aankondigingen moeten worden ingetrokken waar de opdrachten op zien. Daartoe zijn UMCG c.s. vervolgens ook direct overgegaan. ChipSoft is dan ook van mening dat de veroordelingen in het dictum voldoende duidelijk zijn. Van een kennelijke misslag is wat haar betreft geen sprake.
Verder maken UMCG c.s. niet duidelijk waarom zij niet zouden kunnen stoppen met het uitvoering geven aan de beide vooraankondigingen. Dat UMCG c.s. kennelijk geen opschortende of ontbindende voorwaarde in de opdrachtovereenkomst met Epic hebben opgenomen, dient niet voor rekening en risico van ChipSoft te komen.

3.3

Het hof gaat bij de beoordeling van het schorsingsverzoek in beginsel uit van de overwegingen en beslissingen van het bestreden vonnis. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Zou een beslissing van de voorzieningenrechter op een kennelijke misslag berusten, dan kan het hof daaraan gevolgen verbinden voor de uitvoerbaarheid.

3.4

Het hof stelt voorop dat in een veroordeling waaraan dwangsommen zijn verbonden zo duidelijk en nauwkeurig mogelijk moet zijn omschreven waaraan de veroordeelde partij moet voldoen. Deze partij mag niet in de positie komen dat zij moet gissen hoe zij aan de veroordeling kan voldoen om het verbeuren van dwangsommen te voorkomen.

3.5

Het hof is het met UMCG c.s. eens dat de veroordeling onder 5.1 van het vonnis van de voorzieningenrechter onvoldoende nauwkeurig is geformuleerd. Ook indien deze veroordeling in samenhang wordt gelezen met de inhoudelijke overwegingen in het vonnis en de veroordelingen in 5.2 en 5.3 van het dictum, is onvoldoende duidelijk welke concrete acties van UMCG c.s. met de veroordeling onder 5.1 verlangd worden. Ervan uitgaande dat de overeenkomst ten aanzien van Vooraankondiging 1 al met Epic was gesloten, ligt het voor de hand dat daarmee sprake is van een uitgevoerde en wellicht ook al (deels) uitgewerkte Vooraankondiging 1, zodat in zoverre het voor UMCG c.s. niet mogelijk zal zijn nog aan de veroordeling in 5.1 van het dictum te voldoen. Omdat het dictum geen verdere aanwijzingen bevat, voldoet het verbod onder 5.1 niet aan de daaraan te stellen eisen van nauwkeurigheid en duidelijkheid. Bij deze stand van zaken is voor het hof sprake van een kennelijke misslag in het vonnis die schorsing van de tenuitvoerlegging rechtvaardigt wat betreft de veroordeling onder 5.1 en de daaraan verbonden dwangsommen in 5.4 van het dictum.

3.6

Het voorgaande betekent dat de incidentele vordering zal worden toegewezen. De beslissing omtrent de kosten van het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak. De hoofdzaak wordt voorgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt. Daarin is de datum voor de mondelinge behandeling bepaald op vrijdag 13 maart 2026 om 13.30 uur. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4De beslissing

Het hof:

in het incident:

4.1

schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 6 februari 2026, wat betreft de veroordelingen opgenomen in 5.1 en 5.4 van het dictum tot en met de uitspraak in de hoofdzaak van het kort geding;

4.2

bepaalt dat omtrent de kosten zal worden beslist bij einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

4.3

bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt;

4.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.F. Boele, M.W. Zandbergen en P.S. Bakker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026

ESET Cyber Defense Summit 2026 Dutch IT Security Day 2026 BW + BN
SAP Connect Day BN

Wil jij dagelijkse updates?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!