Netcompany: Versnelling in technologie vraagt flexibele reactie van overheid
Hoe kan de overheid de razendsnelle opkomst van technologieën als AI benutten en tegelijkertijd de regie behouden én de burger centraal stellen? Deze complexe uitdaging vraagt om meer dan alleen technische oplossingen; het vraagt om een duidelijke visie en de moed om anders samen te werken. Netcompany, gedreven door de ambitie om digitalisering op een verantwoorde manier te versnellen, ziet een cruciale rol voor partnerschap.
Door kennis te delen, te inspireren en te leren van succesvolle voorbeelden in Europa, kan de brug worden geslagen tussen technologische innovatie en een betere, meer samenhangende publieke dienstverlening.
Volgens Britt Hoppenbrouwers (foto), Country Managing Partner Netherlands bij Netcompany, is de snelheid waarmee het speelveld verandert opvallend groot. “De veranderingen zijn snel gegaan, op allerlei gebieden,” zegt zij. Juist die versnelling maakt dat overheden niet alleen moeten reageren op de nieuwe technologie zelf, maar ook moeten nadenken over governance, samenwerking en de manier waarop innovaties tot duurzame verbeteringen leiden in de praktijk.
AI overal op de agenda
“Bij de overheid staat de toepassing van AI heel hoog op de agenda.” Volgens haar zit de echte verandering echter pas in de volgende stap: de manier waarop AI zich ontwikkelt van responsief hulpmiddel naar pro-actieve technologie die ook echt processen kan beïnvloeden.
Binnen Netcompany wordt daarom nadrukkelijk gekeken naar toepassingen die verder gaan dan het reageren op prompts. “Waar wij binnen Netcompany zelf heel erg mee bezig zijn, is met agentic AI,” zegt ze. “Dus niet het puur reactief antwoorden geven naar aanleiding van een prompt, maar echt autonoom taken uitvoeren.”
Bij de overheid ziet zij die stap nog niet overal terug in concrete toepassingen, maar de belangstelling is er wel degelijk. “Wat ik vooral hoor is: we zijn bezig om dit te onderzoeken. Of we willen beleid maken zodat we kunnen beslissen of we wel of niet met iets verder willen gaan.” Deze reactie past volgens haar goed bij de publieke sector. Overheden willen begrijpen wat de technologie betekent voordat zij die op schaal inzetten – geheel terecht en begrijpelijk, gezien de publieke context.
Daar hoort ook een bredere discussie over randvoorwaarden bij. “Bij AI toepassingen die mensen raken in hun persoonlijke situatie, heb je die ethische kaders nodig,” zegt ze. “En ik denk dat die er nog niet altijd voldoende zijn.” Juist dat verklaart volgens haar waarom veel organisaties nog in een fase van verkenning zitten. Niet omdat men de mogelijkheden niet ziet, maar omdat toepassing alleen houdbaar is als die ook past binnen publieke waarden, verantwoordelijkheid en controle.
Meer dan alleen leveren
Voor technologiepartners betekent dit dat hun rol verder gaat dan bouwen en implementeren. Ze moeten overheidsorganisaties ook helpen begrijpen wat er gebeurt, wat de implicaties zijn en hoe andere partijen of landen met vergelijkbare vraagstukken omgaan. “Wat wij vaak doen binnen Netcompany Nederland is inspiratiesessies organiseren voor klanten en prospects,” zegt ze. “Waarbij we juist op het gebied van AI, maar bijvoorbeeld ook het gebruik van een wallet, laten zien wat daar mogelijke toepassingen van zijn en hoe je dat zou kunnen inzetten binnen een specifiek domein.”
Volgens haar hoort kennisdeling nadrukkelijk bij goed partnerschap. Ze verwijst daarbij naar eerdere initiatieven van Netcompany rond het verantwoord gebruik van AI-assistenten. “Toen we helemaal aan het begin stonden van die AI-beweging en deze wat breder bekend werd bij het grote publiek, was Netcompany één van de eersten die daar ook echt een whitepaper over wilde produceren,” zegt ze. “Daar hebben wij toen ook roundtables en inspiratiesessies omheen georganiseerd.”
Dat type ondersteuning is volgens haar juist waardevol in een markt waarin veel overheidsorganisaties wel voelen dat ze iets met nieuwe technologieën moeten, maar soms nog zoekende zijn naar de juiste vorm. Een technologiepartner moet daarom niet alleen uitvoerend sterk zijn, maar ook in staat zijn om te inspireren, te vertalen en helpen om richting te geven.
Leren van Denemarken
Naast AI noemt Hoppenbrouwers nog een thema dat direct relevant is voor burgers: de manier waarop digitale overheidsdienstverlening wordt aangeboden. Daarbij kijkt zij nadrukkelijk naar Denemarken, waar Netcompany zijn oorsprong heeft. Volgens haar laat de Deense praktijk zien dat meer eenvoud en meer samenhang wel degelijk bereikbaar zijn.
“Wat Denemarken heel goed gedaan heeft, is dat er één plek is waar jij als burger naartoe gaat om al jouw zaken met de overheid te regelen,” zegt ze. Ze doelt op een centrale ingang waar burgers vanuit hun situatie of levensgebeurtenis verder worden geholpen. “Het is dus niet dat er één groot, allesomvattend systeem is,” legt ze uit. “Maar die voorkant, die ‘no wrong door’ of ‘one stop shop’ gedachte, dat hebben ze daar echt heel goed gedaan.”
Dat contrasteert scherp met de Nederlandse situatie. “De laatste keer dat ik getallen hoorde, hadden we in Nederland meer dan 11.000 overheidswebsites waar je als burger interactie op kunt doen,” zegt Hoppenbrouwers. “Dat vind ik best veel.” Daarmee benoemt ze een probleem dat al langer speelt: de overheid is voor burgers digitaal nog te vaak versnipperd, waardoor het niet altijd duidelijk is waar iemand moet zijn.
Voor haar is het Deense voorbeeld interessant omdat het laat zien dat digitalisering niet alleen draait om technologie aan de achterkant, maar juist om eenvoud aan de voorkant. Burgers hoeven niet te weten welke organisatie achter welke dienst zit; zij willen hun zaken geregeld krijgen. Dat vraagt om een overheid die digitaal meer als één geheel opereert.
CIO’s
Dat vraagt ook iets van CIO’s en IT-leiders binnen de overheid. Hun rol draait volgens Hoppenbrouwers niet alleen om het hebben van kennis van de nieuwste technologie, maar vooral om het verbinden van partijen. “Ik denk dat de voortgang van de digitale transformatie van de overheid erg geholpen zou zijn met meer focus op het in verbinding brengen van verschillende partijen,” zegt ze, “en op het in gezamenlijkheid duurzaam laten landen van wat er is bedacht.”
Uiteindelijk is digitale transformatie geen technologische race, maar een maatschappelijke opdracht. Het succes ervan wordt niet gemeten in de hoeveelheid geïmplementeerde systemen, maar in het vertrouwen en gemak dat burgers ervaren. En dat vraagt in de huidige tijd om te verbinden, te durven en vooral: te doen.