De router-ban: Veiligheid of politiek?
Een recent besluit van de Amerikaanse telecomwaakhond FCC om de import van consumentenrouters uit "vijandige staten" te verbieden, oogst felle kritiek. Volgens Milton Mueller van het Internet Governance Project is de maatregel contraproductief voor de digitale veiligheid en vooral ingegeven door economisch nationalisme.
De FCC blokkeert sinds maart 2026 nieuwe machtigingen voor SOHO-routers (Small Office/Home Office) waarvan de productie of firmware-assemblage plaatsvindt in landen als China en Rusland. Vanaf september 2026 geldt een volledig importverbod voor nieuwe voorraden.
De "buitenland-misvatting"
Mueller stelt dat de focus op de herkomst van hardware een fundamentele denkfout bevat. Uit inlichtingenrapporten over botnets zoals Volt Typhoon blijkt namelijk niet dat er sprake is van ingebouwde "achterdeurtjes" in de fabriek. In plaats daarvan misbruiken aanvallers universele zwakheden: ongepatchte software, zwakke standaardwachtwoorden en verouderde protocollen.
Paradoxaal effect
Het verbod treft uitsluitend nieuwe apparatuur, zoals moderne Wi-Fi 7-routers die juist over de nieuwste beveiligingsstandaarden beschikken. Hierdoor blijven consumenten langer gebruikmaken van hun verouderde legacy-apparatuur. Juist deze oude routers ontvangen geen beveiligingsupdates meer en vormen daardoor het grootste aanvalsoppervlak.
Volgens Mueller is er sprake van "security theater". De maatregel beschermt Amerikaanse fabrikanten tegen concurrentie, maar laat de werkelijke kwetsbaarheid van het Amerikaanse digitale huishouden ongemoeid.