Kortgedingrechter: 'Niet verlengen van DigiD-contract Solvinity kan tot maatschappelijk probleem leiden'
De kortgedingrechter van de rechtbank Den Haag noemt het aannemelijk dat een 'groot maatschappelijk probleem' kan ontstaan indien de Staat de DigiD-overeenkomst met Solvinity niet verlengt. Ook concludeert de rechter dat de Staat de zorgen omtrent de overname serieus neemt en zich inzet voor het beschermen van de privacybelangen van Nederlanders.
De rechter wees twee weken geleden de vorderingen van drie burgers af die wilden voorkomen dat de Nederlandse Staat de overeenkomst met het bedrijf Solvinity zou verlengen. De zaak draait om een overeenkomst tussen de Nederlandse Staat en Solvinity over het technische beheer van het Picard-platform, dat essentieel is voor de werking van onder andere DigiD en MijnOverheid. De drie burgers wilden de verlenging van de overeenkomst voor twee jaar voorkomen, uit vrees dat Solvinity binnenkort wordt overgenomen door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl. Volgens hen zou dit kunnen leiden tot toegang van de Amerikaanse overheid tot persoonsgegevens, wat in strijd zou zijn met fundamentele rechten van Nederlanders.
De rechtbank oordeelt dat de Staat een grote mate van beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van deze publieke taak. De afweging om de overeenkomst al dan niet te verlengen, valt onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerende macht. De kortgedingrechter stelt zich daarom terughoudend op en kan alleen ingrijpen als evident sprake is van onrechtmatig handelen.
'Niet verlengen kan problemen geven'
Volgens de rechtbank zou het niet verlengen van de overeenkomst leiden tot een groot maatschappelijk probleem. De overeenkomst eindigt op 6 augustus 2026, en zonder verlenging zou de continuïteit en veiligheid van het Picard-platform in gevaar komen. De Staat heeft aangegeven dat een verantwoorde overstap naar een andere leverancier of zelf beheer van het platform op korte termijn niet haalbaar is zonder onaanvaardbare risico’s. De burgers hebben dit niet kunnen weerleggen en hebben geen concrete alternatieven aangedragen.
De rechtbank constateert dat de Staat de zorgen serieus neemt en zich inzet voor de bescherming van de privacybelangen van burgers. Bovendien heeft de Staat het recht om de overeenkomst direct te ontbinden als Solvinity door Kyndryl wordt overgenomen. De burgers willen dat de Staat hiervan gebruikmaakt, maar tegelijkertijd de overeenkomst voortzet tot een geschikte opvolger is gevonden. De rechter oordeelt echter dat de Staat niet tot ontbinding kan worden verplicht. Het is onduidelijk of de dienstverlening na ontbinding nog kan worden voortgezet. Daarnaast is het (nog) niet aannemelijk dat de Staat onrechtmatig handelt door geen gebruik te maken van de ontbindingsmogelijkheid. De Staat is in overleg met Solvinity en Kyndryl om de potentiële gevolgen van de overname voor de privacy zoveel mogelijk te beperken. Deze gesprekken lopen nog, en het is denkbaar dat de Staat maatregelen kan treffen die de bezwaren van de burgers wegnemen.