Nederland verzet zich tegen Brusselse versoepeling van privacywet
De Raadsonderhandelingen over de veelbesproken Europese ‘Omnibus Digitaal’ bevinden zich in een kritieke eindfase. Het wetsvoorstel, dat door de Europese Commissie is gepresenteerd onder de vlag van administratieve vereenvoudiging en regeldrukvermindering, stuit in Den Haag echter op stevige scepsis. In een formele brief aan de Tweede Kamer waarschuwen staatssecretaris W.J.M. Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) en staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) dat de wet op cruciale punten de privacybescherming en de werking van de AVG dreigt te ondermijnen.
De deadline staat scherp afgesteld: op aanstaande vrijdag 26 juni 2026 is het Cypriotische voorzitterschap van de EU voornemens om een definitief Raadscompromis aan de lidstaten voor te leggen in het Coreper-II-overleg. Het kabinet benadrukt dat het krachtenveld in Brussel tot de laatste minuut in beweging is, maar dat Nederland op fundamentele dossiers de rug recht houdt om de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen.
Conflict over impact: Brussel weigert effectbeoordeling
Een belangrijk pijnpunt is het ontbreken van een officiële effectbeoordeling (impact assessment). De Europese Commissie weigerde deze uit te voeren onder het mom dat de Omnibus Digitaal "buiten de verlaging van regeldruk geen significante effecten heeft."
Het kabinet is het hier expliciet mee oneens en stelt dat er wel degelijk diepgaande en significante effecten zijn. Hoewel Nederland in de Raad herhaaldelijk heeft verzocht om alsnog een effectbeoordeling uit te voeren, bleek daar onder de overige lidstaten onvoldoende steun voor. Den Haag moet zich nu baseren op eigen analyses en kritische opinies van de Europese privacytoezichthouders EDPB en EDPS.
De kritiek op deze Brusselse werkwijze staat niet op zichzelf: de Europese Commissie heeft in een mededeling op 28 april 2026 zelf erkend dat er de afgelopen tijd te vaak is afgezien van effectbeoordelingen onder het mom van het "urgentie-argument" en heeft beterschap beloofd voor toekomstige wetgeving.
De frontlinie: AI-uitzonderingen en de AVG
Het kabinet maakt zich met name grote zorgen over de manier waarop de Omnibus Digitaal bestaande privacygaranties in de AVG probeert te versoepelen, specifiek in de context van kunstmatige intelligentie (AI). Nederland voert in Brussel op vijf dossiers intensief actie:
1. Onbedoelde verwerking van bijzondere persoonsgegevens
Brussel wil een uitzondering maken op het verwerkingsverbod voor "residuele" bijzondere persoonsgegevens (zoals medische of etnische data) die per ongeluk worden verwerkt bij het trainen van AI-systemen, mits het verwijderen hiervan een "disproportionele inspanning" kost. Nederland eiste het schrappen van deze uitzondering. Omdat hier in de Raad onvoldoende steun voor is, zet het kabinet nu in op een harde grens: de uitzondering mag alleen gelden als verwijdering "technisch onmogelijk" is.
2. 'Gerechtvaardigd belang' als standaard voor AI
De Commissie wilde de juridische grondslag 'gerechtvaardigd belang' soepeler toepasbaar maken voor AI-ontwikkeling. Nederland wil deze bepaling volledig schrappen en verzet zich er fel tegen dat dit via een achterdeurtje (een 'overweging' in de wettekst) terugkeert. Dit zou namelijk de valse indruk wekken dat de grondslag 'gerechtvaardigd belang' bij AI standaard aanwezig is.
3. Geautomatiseerde besluitvorming
In het oorspronkelijke voorstel werd het expliciete "recht" van burgers om niet te worden onderworpen aan geautomatiseerde besluitvorming (artikel 22 AVG) hergeformuleerd. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en het College voor de Rechten van de Mens schept dit gevaarlijke rechtsonzekerheid. Nederland eist het behoud van het huidige artikel. Voor deze inzet lijkt inmiddels een meerderheid in de Raad te zijn.
4. Machtsoverdracht van EDPB naar Europese Commissie
Het voorstel geeft de Europese Commissie de macht om via uitvoeringshandelingen bindende interpretaties te geven over kernbegrippen zoals pseudonimisering en datalekken. Het kabinet verzet zich tegen deze centralisatie van macht en eist dat de onafhankelijke Europese koepel van privacytoezichthouders (EDPB) deze bevoegdheid behoudt. Dit standpunt vindt inmiddels brede weerklank bij andere lidstaten.
5. Definitie van wetenschappelijk onderzoek
De voorgestelde definitie van wetenschappelijk onderzoek is volgens het kabinet veel te breed, wat misbruik door commerciële partijen in de hand kan werken. Nederland eist, gesteund door de Raad, dat onderzoek autonoom, onafhankelijk en volgens strikte systematische vakmethoden moet plaatsvinden om voor AVG-voordelen in aanmerking te komen.
Nederlandse successen: Meldpunten en datalekken
Naast de zware AVG-discussie boekt de Nederlandse delegatie op andere terreinen juist successen. Zo is er brede steun voor de Nederlandse inzet rondom het te herrichten Europees centraal meldpunt voor incidenten. In plaats van een Europese overname blijven de nationale meldstructuren intact, waarbij het Europese loket puur als informatie- en doorgeefluik fungeert.
Ook bij de Platform-to-Business (P2B)-verordening lijkt de Nederlandse inzet om het beschermingsniveau voor ondernemers op platforms overeind te houden, te slagen. Tot slot is op voorstel van Nederland de meldplicht voor datalekken verduidelijkt: er komt niet alleen een lijst waarin staat wanneer een melding wél verplicht is, maar ook een heldere Europese lijst die definieert wanneer een melding juist niet verplicht is. Dit moet de administratieve regeldruk voor bedrijven daadwerkelijk verlagen.
Hoe nu verder?
Het kabinet benadrukt dat er door de vloeibare dynamiek in Brussel op dit moment nog geen definitieve conclusies kunnen worden getrokken over de eindtekst. Indien de lidstaten op 26 juni aanstaande een mandaat verlenen, verschuift het strijdtoneel naar de zogeheten 'trilogies': de formele onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement. De staatssecretarissen hebben toegezegd de Tweede Kamer direct te informeren zodra er een definitief Raadscompromis op tafel ligt.