Staatssecretaris: 'EC onderzoekt impact van juridische uitspraak op datadoorgifte naar VS'
Het kabinet ziet vooralsnog geen aanleiding om zelfstandig een oordeel te vellen over de houdbaarheid van het Data Privacy Framework (DPF), het akkoord dat de doorgifte van persoonsgegevens tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten regelt. Dat schrijft staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid in antwoord op Kamervragen van Kamerlid Kathmann over de gevolgen van een recente uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof voor dat akkoord. De European Data Protection Board (EDPB) onderzoekt momenteel de impact van de zaak op het raamwerk, meldt de staatssecretaris.
De vragen gaan over de zaak Trump v. Slaughter, waarin de Amerikaanse Supreme Court op 29 juni 2026 oordeelde over het ontslag van twee leden van de Federal Trade Commission (FTC) door president Trump. De uitspraak raakt de wettelijke ontslagbescherming van FTC-commissarissen en daarmee de onafhankelijkheid van het orgaan, dat in de Verenigde Staten belast is met het handhaven van het DPF. Privacywaakhond noyb waarschuwde eerder al dat de uitspraak grote gevolgen kan hebben voor het akkoord.
Europese Commissie onderzoekt gevolgen
De staatssecretaris bevestigt dat de EDPB, waarin de Europese privacytoezichthouders samenwerken, in een brief van 31 juli 2026 aan de Europese Commissie heeft benadrukt dat onafhankelijk toezicht in een derde land een kernvoorwaarde is voor een zogeheten adequaatheidsbesluit. Zo'n besluit is de juridische basis waarop het DPF rust. De EDPB heeft de Commissie gevraagd de gevolgen van de Amerikaanse uitspraak zorgvuldig te bestuderen. Nederland heeft de Commissie eerder al gevraagd naar de mogelijke impact van de zaak.
Volgens Van Bruggen heeft de Commissie tijdens een raadswerkgroep gegevensbescherming op 6 juli de lidstaten geïnformeerd dat zij de gevolgen van de uitspraak onderzoekt, en dat daarbij ook een bredere evaluatie van het functioneren van het Amerikaanse rechtssysteem nodig wordt geacht. De Commissie benadrukte tegelijk dat het adequaatheidsbesluit vooralsnog van kracht blijft. Mocht de Commissie besluiten tot gehele of gedeeltelijke intrekking, dan wordt de Tweede Kamer daarover geïnformeerd.
Op de vraag of zij vertrouwen heeft in de houdbaarheid van het DPF, antwoordt de staatssecretaris dat de beoordeling daarvan primair een taak is van de Europese Commissie, die daartoe bevoegd en toegerust is. Een eventueel besluit tot schorsing, wijziging of intrekking van het adequaatheidsbesluit wordt volgens de procedure van artikel 93 van de AVG besproken in een comitologiecomité waarin ook Nederland is vertegenwoordigd.
Alternatieve doorgifte-instrumenten
Mocht het DPF ongeldig worden verklaard, dan kunnen doorgiften van persoonsgegevens aan de Verenigde Staten volgens de staatssecretaris niet langer op dat akkoord worden gebaseerd. Organisaties zouden dan moeten terugvallen op andere instrumenten uit de AVG, zoals modelcontractbepalingen (SCC) of bindende bedrijfsvoorschriften (BCR), of bij uitzondering op de derogaties van artikel 49 AVG, zoals uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene. Deze uitzonderingen zijn volgens de staatssecretaris niet bedoeld voor grootschalige of structurele gegevensstromen en vereisen strikte proportionaliteit en documentatie. Als geen van deze instrumenten toepasbaar is, is doorgifte niet toegestaan.
De nationale toezichthouder, in Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), blijft in alle scenario's verantwoordelijk voor het toezicht op verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers, ook bij internationale doorgiften. De staatssecretaris zegt bereid te zijn de AP te vragen haar informatievoorziening over doorgiften specifiek toe te spitsen op de Verenigde Staten, mocht dat nodig blijken.
Rijksoverheid al gebonden aan Europees cloudbeleid
Voor de rijksdienst geldt op grond van bestaand cloudbeleid dat opslag en verwerking van gegevens in beginsel plaatsvinden binnen de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Gebruik daarbuiten is alleen toegestaan met een formele uitzondering, onderbouwd met een risicoanalyse en eventueel aanvullende maatregelen. Voor bestaand cloudgebruik is bovendien een exitplan verplicht, dat ook los van deze kwestie kan worden ingezet als een gegevensverwerking om andere redenen niet kan worden voortgezet.
Op de vraag of minder afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven de enige zekere manier is om onrechtmatige gegevensuitwisseling te voorkomen, antwoordt de staatssecretaris ontkennend. Minder afhankelijkheid kan risico's verkleinen, maar rechtmatige doorgifte kan ook worden geborgd met andere AVG-instrumenten. Pas als die combinatie onvoldoende zekerheid biedt, is doorgifte volgens haar niet toegestaan en moet deze worden beëindigd.