2028 wordt omslagpunt voor verouderde ICT bij de fiscus
De Belastingdienst staat voor een cruciale transformatie. In een uitgebreide stand-van-zakenbrief aan de Tweede Kamer, ter voorbereiding op het commissiedebat, zet staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) zijn koers uit voor de fiscus. De boodschap is helder: het roer moet om van een aanbodgerichte organisatie naar een klantgerichte, proactieve dienstverlener. Om dat te bereiken moet er echter eerst een omvangrijke en hardnekkige erfenis uit het verleden worden opgeruimd: een verouderd ICT-landschap dat tot 2028 het overgrote deel van de capaciteit blijft opeisen.
Met meer dan 28.000 medewerkers en meer dan tien miljoen burgers en bedrijven die jaarlijks contact zoeken, is de Belastingdienst het juridische en financiële fundament onder de Nederlandse publieke voorzieningen. Maar het vertrouwen van de burger heeft de afgelopen jaren flinke deuk opgelopen. Eerenberg stelt dat de ervaring van de belastingplichtige direct van invloed is op het vertrouwen in de overheid als geheel. Het vertrekpunt in het regeerakkoord is daarom helder: vertrouwen in burgers moet voorop staan.
Drie pijlers voor een betere dienstverlening
Om het contact met de burger en ondernemer te versoepelen, zet de fiscus in op een meer vraaggerichte benadering. "De beweging naar de voorkant" noemt de staatssecretaris dit. Het doel is simpel: voorkomen dat er fouten worden gemaakt, in plaats van achteraf streng te handhaven.
Binnen de dienstverlening stelt het ministerie drie duidelijke prioriteiten:
Versterking van de digitale dienstverlening: Burgers en ondernemers moeten hun fiscale zaken eenvoudig digitaal kunnen regelen. Via het programma VanZelf Goed! worden interactieve hulpmiddelen ontwikkeld, waaronder de ambitie om zelfstandigen direct vanuit hun boekhoudprogramma aangifte inkomsten- en omzetbelasting te laten doen. Daarnaast breidt het programma Keuze Digitaal uit (vanaf september 2026 volgt digitale post voor de omzetbelasting) en krijgt de Belastingdienst-app extra functionaliteiten zoals een 'Overzicht Betalen en Ontvangen' en iDeal/wero-integraties.
Proactieve en persoonlijke ondersteuning: Voor wie vastloopt, blijft persoonlijke hulp beschikbaar. Naast de 22 vaste balies op belastingkantoren zijn er inmiddels 21 fysieke steunpunten in onder meer gemeentehuizen en wijkcentra geopend. Ook de landelijke vroegsignalering wordt opgeschaald: dit najaar start bij burgers een pilot met een proactief signaalmodel, en eind 2026 moet elk MKB-kantoor van de Belastingdienst beschikken over een eigen team vroegsignalering.
Het maatschappelijk netwerk ('Help-de-helper'): Samenwerkingen met maatschappelijke partijen en fiscaal dienstverleners worden intensiever. Zo verkent de Belastingdienst het openstellen van het Kennisnetwerk voor iedereen die in de privésfeer anderen helpt met belastingzaken. Voor professionele fiscaal dienstverleners is reeds een digitale bezwaarvoorziening ontwikkeld.
ICT-modernisering: De rem op nieuwe plannen tot 2028
Hoe ambitieus de plannen voor dienstverlening en stelselvereenvoudiging ook zijn, de fysieke realiteit van de ICT van de Belastingdienst dicteert het tempo. Jarenlang achterstallig onderhoud en de noodzaak tot het uitfaseren van verouderde systemen (zoals Cool:Gen en IPAS) vergen enorm veel capaciteit.
Op dit moment gaat 55 procent van de prioriteerbare IV-capaciteit (Informatievoorziening) naar essentiële modernisering en achterstallig onderhoud, en 40 procent naar wettelijke verplichtingen. Voor strategische vernieuwing en innovatie blijft momenteel slechts 5 procent over.
Eerenberg formuleert de komende jaren scherpe keuzes. Pas rond 2028 ontstaat er een digitaal omslagpunt. Zodra de grote achterstanden in de ICT-ketens zijn weggewerkt, moet de capaciteit voor strategische vernieuwing stijgen naar minimaal 20 procent.
Tot die tijd lopen verscheidene trajecten vertraging op. In zijn brief geeft de staatssecretaris aan dat voor vijf specifieke ketens het moment waarop weer ruimte is voor nieuwe beleidsontwikkelingen is opgeschoven:
Autoheffingen: Pas weer ruimte vanaf 2029 (was 2028), door uitloop bij MRB-modernisering en extra onderhoud.
Loonheffingen: Ruimte verschoven naar eind 2028, onder meer door de inpassing van de fiscale normering voor personenvervoer en vertraging in de Cool:Gen-uitfasering.
FIOD: Verschoven naar medio 2029 (was 2027), door de vernieuwing van de forensische infrastructuur en het overnemen van de broncode van het opsporingszaaksysteem in mei 2026.
Generiek Kantoor en Toezicht (GKT): Verschuift naar 2029 (was 2028).
Overige Middelen: Verschuift naar 2030 (was 2029) vanwege complexiteit rond de vervanging van IPAS en de Kansspelbelasting.
Fraudeaanpak en het nalevingstekort
Naast dienstverlening benadrukt de staatssecretaris dat een daadkrachtige aanpak van fraude en misbruik essentieel blijft voor het maatschappelijk draagvlak. Nederland kent in internationaal perspectief al een erg hoge mate van fiscale naleving (compliance). Het nalevingstekort is volgens de staatssecretaris dan ook niet simpelweg verder te verkleinen door enkel meer te controleren of harder te handhaven; capaciteit is immers eindig.
De Belastingdienst kiest daarom voor een gerichte, structurele aanpak volgens de eigen Handhavingsstrategie: knelpunten in wetgeving opsporen, fouten aan de voorkant voorkomen, maar bewust kwaadwillenden en fraudeurs krachtig en met gerichte toezichtcapaciteit aanpakken.
Rechtsbescherming onder druk
Onderdeel van de verzonden documentatie is de tweede rapportage van de onafhankelijke Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden, getiteld “De burger tussen wal en schip: Is fiscale rechtsbescherming een schijnrecht?”.
Uit dit rapport blijkt dat de praktische fiscale rechtsbescherming voor kwetsbare burgers nog steeds onder druk staat. De toegang tot laagdrempelige hulp hapert in veel gevallen nog. Eerenberg spreekt zijn waardering uit voor het werk van de organisatie, maar concludeert tevens kritisch dat het puur bestaan van zo'n belangenbehartiger aantoont dat het stelsel momenteel nog niet op alle punten vanzelfsprekend functioneert. De bevindingen moeten dienen als input voor het vervolg op het parlementaire rondetafelgesprek over fiscale rechtsbescherming en de besteding van structurele middelen voor eerstelijns rechtshulp.
Blik op de Kamer
Met het uitsturen van de stand-van-zakenbrief en de veertien inhoudelijke bijlagen legt staatssecretaris Eerenberg een helder en realistisch dossier neer op de tafel van de Tweede Kamer. De Belastingdienst bevindt zich in een overgangsfase: de koers naar een menselijkere, proactieve fiscus is ingezet, maar de digitale werkelijkheid vereist tot minstens 2028 strakke prioritering en geduld.