Kabinet presenteert AI-visie met focus op zorg, energie en hightech
Het kabinet onderzoekt de oprichting van een Nederlands AI-veiligheidsinstituut. Het instituut moet helpen nieuwe risico’s van AI op tijd te herkennen en aan te pakken.
Dat staat in de Kabinetsvisie op Artificial Intelligence, waarmee de ministerraad op voorstel van staatssecretaris Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) heeft ingestemd. De visie schetst hoe het kabinet de ontwikkeling van AI wil sturen in plaats van afwachten. Volgens het kabinet bepalen de keuzes van nu welke banen en bedrijven in Nederland ontstaan, hoe zorg, onderwijs en overheid functioneren en hoeveel invloed Nederland op de technologie houdt. Het kabinet kiest voor een sterke Nederlandse en Europese positie, meer ruimte voor ontwikkeling en toepassing en meer grip op de gevolgen voor mensen en samenleving.
Staatssecretaris Aerdts: “AI gaat onze toekomst voor een belangrijk deel bepalen. Maar hoe die toekomst eruitziet, ligt niet vast. We willen een Nederland waarin AI iedereen beter maakt en ons vooruithelpt. Waar een verpleegkundige meer tijd heeft voor patiënten, ondernemers kunnen groeien en technologie ons helpt bij de grote uitdagingen van deze tijd. Dat vraagt om keuzes. Waar willen we vooroplopen en waar trekken we grenzen? We hoeven niet alles zelf te kunnen, maar willen wel zelf bepalen welke kant we opgaan.”
Nederland kan volgens het kabinet niet op elk onderdeel van AI vooroplopen. Kennis, bedrijven en infrastructuur worden daarom gebundeld op terreinen waar economische kansen en maatschappelijke opgaven samenkomen, zoals zorg, energie, voedselproductie, veiligheid en de hightechindustrie. Dat gebeurt samen met andere Europese landen en betrouwbare internationale partners. Volledige onafhankelijkheid is niet het doel. Nederland moet wel genoeg eigen kennis en capaciteit hebben om toegang tot belangrijke technologie te houden en eigen keuzes te kunnen maken. Het kabinet stelt ook grenzen: niet alles wat technisch kan, is maatschappelijk wenselijk.
Drie pijlers
De uitvoering rust op drie pijlers: verantwoorde ontwikkeling en toepassing van AI, toegang tot geavanceerde AI-technologie en veiligheid, en het sturen van de AI-transitie in lijn met publieke waarden.
Voor de eerste pijler wil het kabinet het Nederlandse AI-bedrijven makkelijker maken te groeien en AI sneller toe te passen, in het bedrijfsleven en bij de overheid. Daarvoor zijn talent, kapitaal, data, voldoende rekenkracht en duidelijke, uitvoerbare regelgeving nodig. Het kabinet werkt aan een brede aanpak voor datacenters. Begin 2027 volgt een uitwerking van de benodigde AI-infrastructuur en rekenkracht. Ook wil het belemmeringen voor het mkb om AI te gebruiken wegnemen. De overheid wil succesvolle toepassingen breder beschikbaar maken en vaker gezamenlijk inkopen.
Afhankelijkheid en veiligheidsrisico’s
De tweede pijler gaat over toegang tot de beste AI-technologie en bescherming tegen veiligheidsrisico’s. Het kabinet wijst erop dat AI cyberaanvallen geavanceerder maakt en kan worden misbruikt voor desinformatie en beïnvloeding. Ook wil het voorkomen dat Nederland voor cruciale technologie te afhankelijk wordt van een klein aantal buitenlandse bedrijven. Het kabinet wil daarom bepalen welke technologie en infrastructuur Nederland en Europa zelf in huis moeten hebben en waar samenwerking met betrouwbare partners volstaat.
Bij de derde pijler staat de Europese AI-verordening centraal. Die stelt eisen aan veilig en verantwoord gebruik en verbiedt AI met onaanvaardbare risico’s. Het kabinet wil bedrijven en overheden helpen de regels toe te passen, onder meer door onder toezicht te experimenteren met nieuwe toepassingen. Ook moeten mensen AI beter leren begrijpen en zich kunnen voorbereiden op de gevolgen voor hun werk. Met de mediasector werkt het kabinet aan een Mediapact, onder meer over betrouwbare informatie en het gebruik van journalistieke content door AI. In 2027 en 2028 kunnen burgers meepraten over de kansen en grenzen van AI.
Staatssecretaris Aerdts coördineert de aanpak. De ministeries vertalen de koers naar hun eigen terrein, van zorg en onderwijs tot economie en nationale veiligheid.