Nederlandse bedrijven positiever over 2026
Voor het eerst in ruim een jaar tijd gloort er weer optimisme aan de horizon voor ondernemend Nederland. Na een aanhoudende daling die eind 2024 inzette, laat het ondernemersvertrouwen in het eerste kwartaal van 2026 een voorzichtig herstel zien. Dit blijkt uit het nieuwe Global Business Optimism Insights Q1 2026 Rapport van data-specialist Altares Dun & Bradstreet.
Uit het onderzoek, dat het sentiment in 32 landen meet op basis van vijf kritieke graadmeters (Business Optimism, Financial Confidence, Investment Confidence, Supply Chain Continuity en ESG), komt naar voren dat de Nederlandse index met 4,9% is gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal. Hoewel dit een positief signaal is, blijft waakzaamheid geboden: het niveau ligt nog altijd bijna 8% lager dan in het eerste kwartaal van 2025.
Kleine ondernemers trekken de kar
Opvallend is de rolverdeling binnen het bedrijfsleven. Waar middelgrote bedrijven nog worstelen met tegenvallende omzetverwachtingen en een zwakke vraag vanuit de Europese zakelijke markt, zijn het juist de kleine ondernemingen die het herstel aanjagen. Hun optimisme wordt gevoed door een toename in binnenlandse opdrachten en een grotere mate van flexibiliteit. Daarnaast werpt gericht overheidsbeleid voor het mkb zijn vruchten af.
Barry de Goeij, Leader Data Science & Trade bij Altares Dun & Bradstreet, ziet meerdere oorzaken voor deze omslag. "De markt komt enigszins tot rust," legt De Goeij uit. "De inflatie is gedaald van 2,8% in december naar 2,4% in januari. Dat zorgt voor minder prijsdruk en meer stabiliteit. Bovendien bieden het duidelijke rentebeleid van de ECB en de koers van het nieuwe kabinet ondernemers het houvast dat zij de afgelopen tijd misten."
Investeren uit eigen zak
Een van de meest opvallende resultaten uit het rapport is de bereidheid om te investeren. Bijna driekwart van de Nederlandse bedrijven (73,4%) verwacht dit jaar meer kapitaal in de onderneming te steken. Echter, de manier waarop dit wordt gefinancierd, verraadt een zekere terughoudendheid richting banken en externe financiers. Slechts 54,7% is van plan om externe langetermijnfinanciering aan te trekken.
De meeste investeringen worden bekostigd uit eigen middelen. Volgens De Goeij wijst dit op de stabiele financiële positie van veel bedrijven – ondersteund door hoge binnenlandse spaartegoeden – maar ook op een bewuste keuze om niet afhankelijk te zijn van externe kredietverstrekkers in een onzekere markt.
Toeleveringsketens stabiliseren
Terwijl landen als Taiwan en Frankrijk een spectaculaire sprong voorwaarts maken in hun supply chain-vertrouwen, blijft de Nederlandse keten stabiel (-0,1%). Wereldwijd is er echter sprake van een bredere trend van herstel. Bedrijven verwachten in 2026 kortere levertijden en lagere kosten bij leveranciers. Ook wordt er actief ingezet op risicospreiding door met een groter aantal verschillende leveranciers samen te werken.
Nederland blijft ESG-koploper
Ondanks de economische dynamiek verliest Nederland zijn koppositie op het gebied van Environmental, Social en Governance (ESG) niet. Met een score van 122,0 staat Nederland ruim boven het wereldwijde gemiddelde van 115,4. Hoewel de groei wereldwijd licht afvlakt, blijft de Nederlandse positie ijzersterk. Dit wordt grotendeels gedreven door strikte regelgeving en de hoge maatschappelijke verwachtingen die in Nederland aan bedrijven worden gesteld.
Wereldwijd perspectief
Nederland staat niet alleen in dit herstel. In bijna 88% van de onderzochte economieën nam het optimisme toe. Terwijl grootmachten als de VS, het VK en Frankrijk flinke plussen noteren, laten opkomende markten als India en Indonesië juist een daling in vertrouwen zien, vaak als gevolg van handelsspanningen en onzekere tarieven.
Hoewel de weg naar het niveau van begin 2025 nog lang is, markeren deze cijfers een belangrijk keerpunt voor de Nederlandse economie. De focus ligt voorlopig op voorzichtigheid, maar de fundering voor groei lijkt weer voorzichtig te worden gelegd.