Soevereine cloud: Europese ambitie botst op overmacht VS
Was 'sovereign cloud' in 2025 nog vooral een modewoord in de IT-sector, dan moet 2026 het jaar van de waarheid worden. Volgens Dave Michels, onderzoeker aan de Queen Mary University, staat de Europese markt op een kantelpunt. Hoewel de roep om digitale soevereiniteit luider klinkt dan ooit, blijft de afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen een hardnekkige realiteit, aldus Michels.
In een recente analyse op de website van VMware schetst Michels drie cruciale ontwikkelingen die bepalend zullen zijn voor de Europese cloudstrategie in 2026. Centraal staat de spanning tussen de behoefte aan technologische onafhankelijkheid en het ongeëvenaarde gemak van de Amerikaanse 'hyperscalers'.
1. Amerikaanse dominantie houdt stand ondanks 'Euro-honger'
Hoewel 60% van de Europese IT-leiders aangeeft meer gebruik te willen maken van lokale cloudproviders, voorspelt Michels dat de marktaandeelverhoudingen in 2026 nauwelijks zullen verschuiven. Momenteel beheersen drie Amerikaanse partijen 70% van de Europese markt, tegenover slechts 15% voor Europese spelers.
De redenen zijn vooral praktisch:
- De 'Lock-in' paradox: Ondanks de nieuwe EU Data Act, die overstappen makkelijker moet maken, blijven technische barrières en eigen dataformaten een enorme drempel.
- De AI-factor: Voor het trainen en draaien van de nieuwste AI-modellen zijn Amerikaanse GPU-infrastructuren en software nog altijd superieur.
- Gemak versus principes: Michels trekt de vergelijking tussen hout en kant-en-klaar meubilair. Europese providers bieden vaak de bouwstenen (hout), terwijl Amerikaanse partijen een compleet ingericht kantoor leveren (meubilair). De meeste organisaties kiezen voor het comfort van het meubilair.
2. Politiek getouwtrek over de definitie van 'soeverein'
Wat is een soevereine cloud precies? In 2026 zal de discussie hierover verharden. De Europese Commissie komt in de eerste helft van het jaar met de Cloud and AI Development Act (CADA), maar de lidstaten zijn diep verdeeld over de koers:
- Het risico-model (Nederland, Scandinavië, Baltische staten): Zij pleiten voor een pragmatische aanpak waarbij Amerikaanse providers gebruikt mogen worden, mits er sterke technische waarborgen zijn zoals encryptie en lokale back-ups.
- De 'EuroStack' (Frankrijk): De Fransen eisen een strikte benadering waarbij enkel Europese providers en open-source software zijn toegestaan om volledige strategische autonomie te waarborgen.
3. De publieke sector kiest eieren voor zijn geld
Terwijl het bedrijfsleven nog aarzelt, voorspelt Michels dat overheidsinstanties en vitale sectoren in 2026 massaal zullen experimenteren met alternatieven. De drijfveer is geopolitieke angst.
Een concreet voorbeeld is het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Nadat de VS sancties oplegde aan aanklagers, waardoor zij hun Microsoft-accounts niet meer konden gebruiken, besloot het ICC over te stappen op OpenDesk, een open-source pakket. Ook universiteiten en defensieorganisaties (waaronder de NAVO met een 'air-gapped' Google-oplossing) zoeken naar wegen om software van wereldklasse te draaien op hardware die zij volledig zelf beheren.
Conclusie: Een divers ecosysteem
Het jaar 2026 wordt niet het jaar waarin we massaal afscheid nemen van de publieke cloud, maar wel het jaar waarin de "hybride soevereine cloud" volwassen wordt. Door samenwerkingen tussen partijen als Broadcom (VMware) en Europese providers zoals OVHcloud of T-Systems, ontstaat er een middenweg: Amerikaanse softwarekracht op Europese bodem.
Voor Europa is dit cruciaal: niet om de VS buiten te sluiten, maar om te voorkomen dat alle digitale eieren in drie mandjes liggen. Een meer divers ecosysteem in 2027 begint bij de experimenten van nu aldus Michels.