SAP wijst op vier cases waar de staatssecretaris Digitale Soevereiniteit verschil kan maken
Nederland zet een belangrijke stap met de aanstelling van Willemijn Aerdts als eerste staatssecretaris die digitale zelfstandigheid en de digitale economie verenigt in één portefeuille. Hiermee wordt digitalisering voor het eerst als één geïntegreerd beleidsterrein aangepakt binnen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze ontwikkeling is geen toeval: op veel digitale vlakken is Nederland toe aan de volgende fase – van experiment naar opschaling. Er is veel expertise en tal van initiatieven, maar nu is het tijd voor concrete stappen.
Bart Van der Biest, directeur van SAP Benelux, benadrukt dat digitalisering niet langer een bijzaak is, maar centraal staat in economie, maatschappij en bestuur. Met vier actuele cases laat hij zien waar de nieuwe staatssecretaris in de praktijk impact kan maken.
1. Richting bepalen
Nederland beschikt over veel digitale kennis en een sterke infrastructuur. Er gebeurt veel, vaak tegelijk en op verschillende plekken. Dat is een kracht, maar het betekent ook dat niet alles dezelfde aandacht hoeft te krijgen. “Juist omdat er zoveel mogelijk is, moet je keuzes maken”, zegt Van der Biest. “Waar wil Nederland echt in uitblinken? En waar is samenwerken of afhankelijk zijn prima?”
Een terrein waar Nederland internationaal vooroploopt, is bijvoorbeeld kwantumtechnologie. Die positie is opgebouwd met jarenlange investeringen in onderzoek, kennis en samenwerking. Tegelijkertijd is dit een fase waarin verdere ontwikkeling en opschaling grote investeringen vragen.
Blijven die investeringen in Nederland uit, dan neemt het risico toe dat veelbelovende initiatieven worden overgenomen door buitenlandse partijen met meer kapitaal.
Bij kwantumtechnologie gaat het om een sleuteltechnologie, met toepassingen in veiligheid, communicatie en strategische infrastructuur. Overname betekent dan niet alleen verlies van economische waarde, maar ook van kennis, regie en besluitvorming. Juist daarom is het belangrijk dat de nieuwe staatssecretaris scherp maakt waar Nederland bereid is te investeren om deze voorsprong vast te houden.
2. Beleid verbinden
Digitale onderwerpen raken steeds vaker meerdere beleidsterreinen tegelijk. Een keuze over cloud raakt zowel economie als veiligheid. AI beïnvloedt onderwijs, werk en innovatie. En investeringen in digitale infrastructuur hebben gevolgen voor energie en ruimte. Dat vraagt niet om nieuwe prioriteiten, maar om goede afstemming.
Deze uitdaging wordt onder meer zichtbaar bij de uitbreiding van digitale infrastructuur, zoals datacenters. Vanuit economisch en digitaal perspectief zijn deze investeringen nodig voor cloud- en AI-toepassingen. Tegelijkertijd lopen projecten in de praktijk vast op netcongestie, ruimtelijke ordening of vergunningen. Wat logisch is vanuit het ene beleidsterrein, blijkt elders onverwachte gevolgen te hebben.
“Overheden en bedrijven maken digitale keuzes vanzelfsprekend vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, terwijl de gevolgen zich uitstrekken over meerdere maatschappelijke en economische domeinen”, zegt Van der Biest. “Wat helpt, is een bewindspersoon die meekijkt en zorgt dat die keuzes elkaar versterken.”
3. Lastige afwegingen uitleggen en legitimeren
Digitale keuzes leiden in de praktijk niet altijd tot direct draagvlak. Dat is onder andere zichtbaar bij plannen voor grootschalige AI-infrastructuur, zoals een AI-factory op de Maasvlakte. Zulke faciliteiten vragen om ruimte, energie en netcapaciteit en roepen daarmee vragen en weerstand op.
Tegelijkertijd zijn ze nodig om AI-ontwikkeling en innovatie in Nederland mogelijk te houden.
Dit soort besluiten is op korte termijn niet altijd populair, maar bepaalt wel of Nederland op langere termijn kan blijven meedraaien in een steeds competitievere digitale economie. Het alternatief is dat investeringen en ontwikkeling zich verplaatsen naar andere landen, met structurele gevolgen.
4. Besluiten vertalen naar uitvoering en budget
Digitale keuzes verschillen van veel andere beleidsdossiers doordat vroege beslissingen langdurige gevolgen hebben. Wie niet tijdig investeert, loopt het risico afhankelijk te worden van keuzes die elders zijn gemaakt. Digitale ambities vragen daarom om gerichte en tijdige investeringen.
Dat geldt bijvoorbeeld voor digitale soevereiniteit. Meer grip krijgen op data, cloud en afhankelijkheden vraagt om investeringen in alternatieven en migratie op het moment dat systemen worden vernieuwd. Wordt dat moment gemist, dan ligt afhankelijkheid vaak voor jaren vast. Juist daarom is het belangrijk dat er een staatssecretaris is die digitale keuzes direct kan vastleggen in budgetten en planningen. Niet later, maar op het moment dat besluiten worden genomen. Alleen zo worden ambities daadwerkelijk omgezet in uitvoering.