Witold Kepinski - 09 maart 2026

Inkoop van softwarelicenties: Rechter stelt grens aan eisen van de Staat

De rechtbank Den Haag heeft de koers van het Rijk bij de inkoop van standaardsoftware via tussenpersonen (resellers) gecorrigeerd. In een zaak over de grootschalige ‘EAP 2025’-aanbestedingen, met een totale waarde van 365 miljoen euro, oordeelde de voorzieningenrechter dat de Staat disproportionele eisen stelt waaraan resellers feitelijk niet kunnen voldoen. Het vonnis legt een dieperliggend "duivels dilemma" bloot in de wereld van overheids-IT.

Inkoop van softwarelicenties: Rechter stelt grens aan eisen van de Staat image

Het geschil draait om de manier waarop de Nederlandse overheid licenties inkoopt voor software van grote, vaak Amerikaanse, softwaregiganten (vendoren). De Staat eist van de resellers die de aanbesteding willen winnen dat zij werken met een sublicentiemodel en specifieke AVG-aansprakelijkheid accepteren.

Resellers klem tussen Staat en Big Tech

De crux van het probleem is dat de grote softwareproducenten – de partijen achter de licenties – doorgaans weigeren om resellers deze sublicenties te laten verlenen. Zij willen directe controle houden over de gebruikersovereenkomst met de eindklant (de Staat). Hierdoor ontstaat een onmogelijke situatie: de Staat vraagt iets wat de reseller simpelweg niet mag leveren van de fabrikant.

Volgens Louisa Engels, advocaat-counsel bij CMS, onderstreept dit vonnis de weerbarstige praktijk van de IT-markt. "Resellers kunnen feitelijk niet leveren wat door de Staat wordt gevraagd," stelt zij op LinkedIn naar aanleiding van de uitspraak. De rechter gebiedt de Staat nu om deze disproportionele voorwaarden te schrappen, zodat de aanbesteding weer voldoet aan de wet.

Uitzondering mag geen regel worden

De Staat probeerde de eisen te verdedigen door te wijzen op de praktijk: in 80 tot 85 procent van de gevallen gaat het om aanvullende leveringen van bestaande software (productgericht). In die gevallen zou directe betrokkenheid van de vendor alsnog mogelijk zijn. De rechter veegde dit argument echter van tafel. Het wettelijke voorschrift is immers dat er in de basis 'functioneel' moet worden uitgevraagd (wat moet de software doen?) en niet 'productgericht' (welk merk moet het zijn?).

Het vonnis legt een pijnlijke tweespalt bloot:

  • Contractbreuk: Er kan niet uitsluitend met een reseller worden gecontracteerd als de vendor het sublicentiemodel niet steunt.
  • Onwillige vendoren: De grote softwarehuizen willen zelf vaak geen partij zijn in de complexe publieke aanbesteding.
  • Marginale concurrentie: De concurrentie in deze aanbestedingen vindt plaats op de marge van de reseller, wat slechts een fractie is van de totale opdrachtwaarde van honderden miljoenen euro’s.

Digitale soevereiniteit als uitweg?

De uitspraak komt op een moment dat de roep om digitale soevereiniteit in Europa luider klinkt dan ooit. Zolang de overheid afhankelijk blijft van machtige Amerikaanse vendoren en complexe 'legacy'-systemen, blijft het inkopen van licenties binnen de huidige aanbestedingsregels een juridisch mijnenveld.

Engels vraagt zich dan ook af of de oplossing niet gezocht moet worden in de Europese ambitie om een eigen digitale infrastructuur te ontwikkelen. Alleen door de afhankelijkheid van dominante marktpartijen te verkleinen, kan de overheid de regie over haar eigen IT-inkoop herpakken.

Axians NaaS BW + BN Omada Hospitality webinar BW BN
Axians NaaS BW + BN

Wil jij dagelijkse updates?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!