De mythe van de Amerikaanse AI-knop
Amerikaanse diplomaten hebben de opdracht gekregen om bondgenoten gerust te stellen: er bestaat in Washington geen geheime 'knop' om geëxporteerde AI-technologie vanuit het niets uit te schakelen. Maar volgens Tim De Zitter, Lifecycle Manager bij de Belgische defensie, snijdt die geruststelling strategisch gezien nauwelijks hout. In een analyse op LinkedIn betoogt hij dat de Verenigde Staten zo'n knop technisch helemaal niet nodig hebben om de controle te behouden.
De Zitter wijst op een recent incident rond AI-ontwikkelaar Anthropic. Op 12 juni droeg de Amerikaanse overheid het bedrijf op om buitenlandse toegang tot haar meest geavanceerde modellen op te schorten. Omdat Anthropic de nationaliteit van gebruikers niet direct kon verifiëren, werd de toegang voor álle klanten buiten de VS tijdelijk geblokkeerd. Pas na achttien dagen werd de toegang hersteld.
Controle via de technologische lagen
Volgens De Zitter bewijst dit incident dat juridische zeggenschap over Amerikaanse leveranciers in de praktijk werkt als een de facto uitschakelknop. Een afhankelijkheid van Amerikaanse AI is immers gelaagd: het draait niet alleen om het AI-model zelf, maar ook om de cloudprovider, chips die onder Amerikaanse exportrestricties vallen, licenties en software-updates. Door op één van die kritieke lagen in te grijpen, kan Washington de toegang tot technologie beperken zonder fysiek de hardware van de klant aan te raken.
De diplomatieke boodschap vanuit de VS bevat volgens de Belgische defensiespecialist dan ook een duidelijke tegenstrijdigheid: bondgenoten krijgen te horen dat Amerikaanse technologie niet uitgeschakeld kán worden, terwijl ze tegelijkertijd worden ontmoedigd om eigen alternatieven te ontwikkelen — vlak nadat diezelfde technologie wél werd uitgeschakeld.
Digitale soevereiniteit in de praktijk
Toch pleit De Zitter niet voor een volledige en kostbare technologische autarkie van Europa. Soevereiniteit betekent volgens hem niet dat een land elk onderdeel van de keten zelf moet bouwen, maar dat essentiële processen blijven draaien wanneer een buitenlandse leverancier of overheid de spelregels verandert.
Om die digitale weerbaarheid te vergroten, adviseert hij organisaties en overheden om:
Kritieke IT-workloads op lokale servers of infrastructuur te laten draaien;
Te zorgen voor overdraagbare data en applicaties;
Te werken met meerdere AI-aanbieders en te beschikken over open-weight alternatieven;
Contracten aan te gaan die expliciet rekening houden met geopolitieke ontwrichting.
De echte vraag voor de toekomst van digitale soevereiniteit is volgens De Zitter dan ook niet of Washington een fysieke knop heeft, maar of je eigen systemen nog functioneren op het moment dat Amerika 'nee' zegt.