Datacenters in Europa steeds meer geraakt door stroomschaarste en vergunningstrajecten
De groei van datacenters in Europa wordt steeds sterker bepaald door stroomschaarste en complexe vergunningstrajecten. Dit heeft gevolgen voor de verdeling van investeringen binnen Europa en binnen Nederland zelf. Amsterdam, met een operationele capaciteit van 852 MW, ziet de groeiruimte afnemen, waardoor investeerders vaker uitwijken naar andere Europese hubs en regionale locaties in Nederland, zoals Groningen. Europese groei, maar niet overal gelijk
De Europese datacentermarkt blijft groeien, maar die groei is niet overal even zichtbaar. Eind 2025 bedroeg de operationele capaciteit in de EMEA-regio meer dan 11,4 GW, een stijging van 19% ten opzichte van het voorgaande jaar. De totale ontwikkelpijplijn steeg met ruim 25% tot bijna 15 GW. In de praktijk blijft de daadwerkelijke realisatie achter: de capaciteit die in aanbouw is, blijft rond de 2,5 GW. Stroomschaarste, beperkte netaansluitingen en langdurige vergunningstrajecten zijn in heel Europa bepalend voor waar nieuwe datacenters kunnen worden gebouwd. Dit leidt tot een verschuiving van investeringen naar secundaire markten en regionale clusters.
De traditionele kernmarkten in de FLAPD-regio’s – Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs en Dublin – aangevuld met Milaan, blijven de grootste hubs en vertegenwoordigen samen ruim 45% van de operationele capaciteit in EMEA. Naarmate deze markten verder verzadigen, verplaatst nieuwe ontwikkeling zich naar locaties waar grote vermogens wel aansluitbaar zijn en waar ruimte en vergunningen minder beperkend zijn.
Groei verplaatst zich
Amsterdam blijft met 852 MW operationele capaciteit een van de grootste datacenterhubs van Europa, maar de groeiruimte staat onder druk. De pijplijn blijft achter: 182 MW is in aanbouw en 250 MW staat gepland. Hiermee is de groeivoorraad van Amsterdam aanzienlijk kleiner dan die van andere FLAPD-markten, waardoor de stad is teruggevallen naar de vijfde positie binnen de Europese toplocaties.
De beperkte pijplijn is vooral het gevolg van het datacentermoratorium uit 2019, aangescherpte regelgeving en aanhoudende politieke druk rond energiegebruik en ruimte. Hoewel het moratorium inmiddels is opgevolgd door een restrictiever beleidskader, blijft nieuwe grootschalige ontwikkeling complex en tijdsintensief. Deze uitdagingen zijn vergelijkbaar met die in andere volwassen Europese hubs. Toch staat de groei in Nederland niet stil: branchevereniging DDA verwacht dat er nog minstens zeven hyperscale datacenters worden gerealiseerd. Voor een groot deel van deze projecten zijn de vergunningen al verleend, waardoor ze ondanks politiek verzet kunnen worden gebouwd.
AI- en chipgroei vraagt om datacenters
De krapte in Amsterdam heeft niet alleen gevolgen voor de datacentermarkt, maar ook voor de bredere concurrentiepositie van Nederland in het Europese AI-tijdperk. Duurzame inpassing van datacenters is onderdeel geworden van het Nederlandse investeringsklimaat. Nederland profileert zich internationaal met ASML als sleutelbedrijf in de halfgeleiderketen.
Deze groeistrategie steunt op twee elkaar versterkende ontwikkelingen: de wereldwijde opschaling van AI vraagt om meer rekenkracht en datacentercapaciteit, terwijl de technologie van ASML deze opschaling mogelijk maakt via steeds krachtigere chipmachines. Zonder tijdige uitbreiding van hoogwaardige datacentercapaciteit en bijbehorende netaansluitingen dreigt een rem te ontstaan op innovatie, investeringen en het vestigingsklimaat, ongeacht de kracht van individuele spelers als ASML.
Groningen als opkomend alternatief
De verschuiving binnen Nederland is al zichtbaar. Groningen onderscheidt zich als een schaalbaar alternatief. Waar de regio Amsterdam wordt begrensd door netcongestie, strikte regels en langere vergunningstrajecten, biedt Groningen ruimte, relatief betere toegang tot stroom en vaak kortere doorlooptijden. Dit maakt de provincie aantrekkelijk voor grotere, duurzame datacenterontwikkelingen en AI-gerelateerde initiatieven, waaronder een aangekondigde overheidsinvestering van 200 miljoen euro.
De Europese concurrentiestrijd om digitale infrastructuur wordt steeds vaker beslist op basis van de beschikbaarheid van stroom, netaansluitingen en uitvoerbaar beleid. Voor Nederland ligt de uitdaging in het combineren van groeiruimte voor digitale infrastructuur met ruimtelijke en energetische keuzes, zodat AI en clouddiensten ook in de toekomst dicht bij gebruikers en bedrijven beschikbaar blijven.