Stop de tech-paniek: We kozen zelf voor dit infuus
De verontwaardiging over de Nederlandse afhankelijkheid van Amerikaanse technologie is hypocriet. Dat stelt Dimitri van Zantvliet (foto), cybersecurity-directeur bij de NS, in een vlijmscherp opiniestuk op LinkedIn. Volgens hem hebben we het "tech-infuus" decennialang met politieke en economische precisie zelf aangelegd.
Aanleiding voor zijn betoog is de recente berichtgeving over de verstikkende 'houdgreep' van Amerikaanse techreuzen op de Nederlandse infrastructuur. Van Zantvliet nuanceert dit beeld: het is geen vijandige overname, maar het resultaat van bewust beleid. "We hebben technologie jarenlang behandeld als water uit de kraan; een inwisselbaar product dat je simpelweg inkoopt tegen de laagste prijs."
De onzichtbare 'killswitch'
De kwetsbaarheid zit volgens de expert veel dieper dan alleen de cloud. De werkelijke risico’s schuilen in de onzichtbare laag van DNS-servers, routers en firewalls. Het grootste gevaar is niet eens spionage, maar continuïteit. "Hardware zonder updates is een veiligheidsrisico. Als updates worden opgeschort door handelsconflicten, schudden de fundamenten van onze energienetten en logistiek," waarschuwt hij. Dit gebrek aan onderhoud noemt hij een "indirecte killswitch".
Aanbestedingen als barrière
Van Zantvliet wijst de vinger naar de Europese aanbestedingsregels. Deze dwingen organisaties juridisch bijna om voor de grootste (vaak Amerikaanse) spelers te kiezen vanwege de focus op de laagste prijs en bewezen schaalbaarheid. Hierdoor krijgt Europese innovatie nauwelijks een kans.
De weg voorwaarts
Om de autonomie te herstellen, stelt de NS-topman drie concrete stappen voor:
- Stop met IT te zien als commodity: Erken technologie als een kritieke nationale asset.
- Hervorm inkoopregels: Maak "strategische autonomie" een hard juridisch criterium bij aanbestedingen.
- Investeer in de hele keten: Europa moet, naar voorbeeld van Airbus, zelf weer chips en netwerkprotocollen gaan produceren.
"We moeten ophouden met klagen over het infuus en beginnen met investeren in onze eigen vitale organen," besluit Van Zantvliet.